Reve's 'Weerter Jaren’ waren koninklijke jaren
Liefde bloeide menigmaal op in Limburg
Gepubliceerd op: 03 december 2003
In zijn markante leven was de periode dat Gerard Reve in Limburg woonde een heel bijzondere. In het stadje Weert hervond de befaamde auteur rust, geborgenheid en moed toen zijn driehoeksverhouding met Teigetje en Woelrat uit raakte. Ten huize van vriend Guus van Bladel beleefde Reve in de jaren die volgden zijn doorbraak bij het grote publiek.
Literaire productiestroom
‘Een onstuimige verliefdheid vormde in 1968 de aanleiding tot de kennismaking van Gerard Reve met het Limburgse provinciestadje Weert. De schrijver raakte er buitengewoon betoverd door een aanbiddelijke blonde jongeman uit een dorpje in de omtrek. Nog dezelfde nacht deelden de twee gepassioneerd het bed in de pastorie van een kapelaan in hetzelfde Weert.’
Zo begint het in 2002 verschenen boek Koninklijke Jaren, de Weerter periode van Gerard Reve. NPS-journalist Bert Boelaars doet hierin gedetailleerd verslag van de wellicht meest kleurrijke periode uit het veelbewogen schrijversleven. Het waren de jaren ná Teigetje & Woelrat, en vóór Joop Schafthuizen, met wie de auteur daarna is samen gebleven. In deze ‘tussenperiode’, begin jaren ’70, kwam bij de Grote Volksschrijver een rijke literaire productiestroom op gang, met als hoogtepunten de dichtbundel Het Zingend Hart en de romans Lieve Jongens, Een Circusjongen en Oud En Eenzaam.
Ridder
Ook de Liefde bloeide in Weert menigmaal op, hartstochtelijk zelfs. Vele minnaars – onder wie heel kort Willem Nijholt – kwamen, maar gingen ook weer snel. Tot ‘Matroos Vos’ de auteur blijvend aan zich wist te binden. Voordat hij zich met hem in Frankrijk vestigde wachtte Reve in Weert nog een ander hoogtepunt: hij werd in 1974 geridderd in de orde van Oranje-Nassau. Samen met Reves toenmalige huisgenoot Guus van Bladel bezocht Bert Boelaars de Reve-overzichtstentoonstelling die in het Letterkundig Museum te Den Haag werd gehouden. Beluister de herinneringen die opgehaald werden in het radioprogramma ‘NPS Bijlage’ van 28 februari 2002.
Bekijk ook het videofragment van L1 waarin Bert Boelaars een toelichting geeft op de tentoonstelling die begin 2002 in het museum De Tiendschuur te Weert is gehouden onder de titel 'Olie Voor Gerard reve Zijn Lampen'.
Literaire productiestroom
‘Een onstuimige verliefdheid vormde in 1968 de aanleiding tot de kennismaking van Gerard Reve met het Limburgse provinciestadje Weert. De schrijver raakte er buitengewoon betoverd door een aanbiddelijke blonde jongeman uit een dorpje in de omtrek. Nog dezelfde nacht deelden de twee gepassioneerd het bed in de pastorie van een kapelaan in hetzelfde Weert.’
Zo begint het in 2002 verschenen boek Koninklijke Jaren, de Weerter periode van Gerard Reve. NPS-journalist Bert Boelaars doet hierin gedetailleerd verslag van de wellicht meest kleurrijke periode uit het veelbewogen schrijversleven. Het waren de jaren ná Teigetje & Woelrat, en vóór Joop Schafthuizen, met wie de auteur daarna is samen gebleven. In deze ‘tussenperiode’, begin jaren ’70, kwam bij de Grote Volksschrijver een rijke literaire productiestroom op gang, met als hoogtepunten de dichtbundel Het Zingend Hart en de romans Lieve Jongens, Een Circusjongen en Oud En Eenzaam.
Ridder
Ook de Liefde bloeide in Weert menigmaal op, hartstochtelijk zelfs. Vele minnaars – onder wie heel kort Willem Nijholt – kwamen, maar gingen ook weer snel. Tot ‘Matroos Vos’ de auteur blijvend aan zich wist te binden. Voordat hij zich met hem in Frankrijk vestigde wachtte Reve in Weert nog een ander hoogtepunt: hij werd in 1974 geridderd in de orde van Oranje-Nassau. Samen met Reves toenmalige huisgenoot Guus van Bladel bezocht Bert Boelaars de Reve-overzichtstentoonstelling die in het Letterkundig Museum te Den Haag werd gehouden. Beluister de herinneringen die opgehaald werden in het radioprogramma ‘NPS Bijlage’ van 28 februari 2002.
Bekijk ook het videofragment van L1 waarin Bert Boelaars een toelichting geeft op de tentoonstelling die begin 2002 in het museum De Tiendschuur te Weert is gehouden onder de titel 'Olie Voor Gerard reve Zijn Lampen'.