De SOA-kliniek
Column | Haroon Ali
Gepubliceerd op: 12 juli 2006
Ik was vandaag weer eens in de kliniek van de GG&GD op de Groenburgwal in Amsterdam, bij mensen die wel eens aan seks doen beter bekend als een SOA-kliniek.
Voor de duidelijkheid wil ik even vermelden dat ik niet een losbandige seksmaniak ben die hem overal maar in stopt. In tegendeel. Ik ga er gewoon eens in zoveel tijd naartoe om te kijken of alles nog steeds kits achter mijn rits is.
De lange uren die ik er meestal moet doorbrengen, aangezien het een inloopspreekuur is, zijn gevuld met allerlei akelige gedachten en overpeinzingen. Eén van de dingen waar ik mij bijvoorbeeld over verbaas is het publiek. Wanneer je aan SOA’s denkt, komen er bij mij in ieder geval beelden op van vies ruikende junks, Pamela-blonde prostituees uit het Oostblok en oudere, kalende en in leer geklede homoseksuele mannen (al dan niet met vreemde piercings en een spiky halsband).
Niets is echter minder waar! In de wachtkamer zijn alle, maar dan ook alle, lagen van de bevolking vertegenwoordigd.
Een willekeurige opsomming is wel op zijn plaats denk ik. Een huisvrouwtype met blond warrig haar (inclusief zwarte uitgroei), moeder van een kind of drie, verschillende uitgezakte lichaamsdelen. Een zakenman, strak in duur maatpak, inclusief handsfree oordopje en een slangenleren aktetas. Een homostel van twee donkere opa-mannetjes die al dik in de vijftig zijn.
Twee giechelende, identiek ogende hockeytrutjes. Een schreeuwerige Portugese meid met een te strakke spijkerbroek en een te oud kind voor haar nog jonge leeftijd. Een zeer appetijtelijke jongen, waarschijnlijk student slash model (‘Haroon, for God’s sake! Je bent in een SOA-kliniek!’)… Ik zou nog wel even door kunnen gaan.
De diversiteit aan mensen in de wachtkamer is opmerkelijk. Niet alleen huiver ik bij de gedachte dat sommige mensen die tegenover mij zitten zowaar nog seksueel actief zijn en zich blijkbaar nog met hun aftakelende ledematen in allerlei spannende posities weten te wringen. Maar de gedachte die overheerst is het feit dat een angst voor een seksueel overdraagbare aandoening deel uitmaakt van het leven van iedereen.
Welke voorzorgsmaatregelen je ook neemt, iedereen kan een keer de mist ingaan. Condooms kunnen scheuren, ongelukjes gebeuren nou eenmaal en passie kan het verstand overnemen.
Onbezorgd genieten van het lichaam van een ander is er tegenwoordig niet meer bij. Je kunt nooit weten wat iemand voor jou allemaal heeft uitgespookt. De propaganda was jarenlang dat bepaalde risicogroepen de bron van al het seksuele kwaad waren, en de stigma’s waar deze groepen mee te maken kregen bestaan vandaag de dag nog. De harde werkelijkheid is dat je het nooit zeker weet en nooit iemand helemaal op zijn of haar woord kunt vertrouwen.
Deze angst brengt mensen dan ook in grote getale naar de klinieken. Rijk, arm, autochtoon of allochtoon, het maakt allemaal niet meer uit. Het gaat om wat er aan de binnenkant misschien niet in orde is, het draait alleen om bloed en cellen.
Seks was vroeger vies en verwerpelijk, een imago dat mede gecreëerd is door de grote religies in de wereld.
De afgelopen decennia is seks echter iets geworden waar weer over gepraat mag worden, in overvloed zelfs. Taboes worden elke dag nog doorbroken en niets is meer gek genoeg. Maar met de komst van SOA’s heb ik wel het idee dat seks weer een vies smaakje krijgt.
Er is nu altijd het zakelijke aspect van veiligheid, voorbereiding en voorzichtigheid. Een potje onbezorgd krikken is er niet meer bij. Een opwelling kan fataal zijn, de passie van het moment kan HIV in vermomming zijn.
Ik zeg zeker niet dat we er maar onveilig op los moeten rampetampen. Veiligheid staat ook bij mij nog altijd voorop. Seks wordt alleen wel een stuk minder spannend en spontaan met al dat latex en al die testen.
Voor de duidelijkheid wil ik even vermelden dat ik niet een losbandige seksmaniak ben die hem overal maar in stopt. In tegendeel. Ik ga er gewoon eens in zoveel tijd naartoe om te kijken of alles nog steeds kits achter mijn rits is.
De lange uren die ik er meestal moet doorbrengen, aangezien het een inloopspreekuur is, zijn gevuld met allerlei akelige gedachten en overpeinzingen. Eén van de dingen waar ik mij bijvoorbeeld over verbaas is het publiek. Wanneer je aan SOA’s denkt, komen er bij mij in ieder geval beelden op van vies ruikende junks, Pamela-blonde prostituees uit het Oostblok en oudere, kalende en in leer geklede homoseksuele mannen (al dan niet met vreemde piercings en een spiky halsband).
Niets is echter minder waar! In de wachtkamer zijn alle, maar dan ook alle, lagen van de bevolking vertegenwoordigd.
Een willekeurige opsomming is wel op zijn plaats denk ik. Een huisvrouwtype met blond warrig haar (inclusief zwarte uitgroei), moeder van een kind of drie, verschillende uitgezakte lichaamsdelen. Een zakenman, strak in duur maatpak, inclusief handsfree oordopje en een slangenleren aktetas. Een homostel van twee donkere opa-mannetjes die al dik in de vijftig zijn.
Twee giechelende, identiek ogende hockeytrutjes. Een schreeuwerige Portugese meid met een te strakke spijkerbroek en een te oud kind voor haar nog jonge leeftijd. Een zeer appetijtelijke jongen, waarschijnlijk student slash model (‘Haroon, for God’s sake! Je bent in een SOA-kliniek!’)… Ik zou nog wel even door kunnen gaan.
De diversiteit aan mensen in de wachtkamer is opmerkelijk. Niet alleen huiver ik bij de gedachte dat sommige mensen die tegenover mij zitten zowaar nog seksueel actief zijn en zich blijkbaar nog met hun aftakelende ledematen in allerlei spannende posities weten te wringen. Maar de gedachte die overheerst is het feit dat een angst voor een seksueel overdraagbare aandoening deel uitmaakt van het leven van iedereen.
Welke voorzorgsmaatregelen je ook neemt, iedereen kan een keer de mist ingaan. Condooms kunnen scheuren, ongelukjes gebeuren nou eenmaal en passie kan het verstand overnemen.
Onbezorgd genieten van het lichaam van een ander is er tegenwoordig niet meer bij. Je kunt nooit weten wat iemand voor jou allemaal heeft uitgespookt. De propaganda was jarenlang dat bepaalde risicogroepen de bron van al het seksuele kwaad waren, en de stigma’s waar deze groepen mee te maken kregen bestaan vandaag de dag nog. De harde werkelijkheid is dat je het nooit zeker weet en nooit iemand helemaal op zijn of haar woord kunt vertrouwen.
Deze angst brengt mensen dan ook in grote getale naar de klinieken. Rijk, arm, autochtoon of allochtoon, het maakt allemaal niet meer uit. Het gaat om wat er aan de binnenkant misschien niet in orde is, het draait alleen om bloed en cellen.
Seks was vroeger vies en verwerpelijk, een imago dat mede gecreëerd is door de grote religies in de wereld.
De afgelopen decennia is seks echter iets geworden waar weer over gepraat mag worden, in overvloed zelfs. Taboes worden elke dag nog doorbroken en niets is meer gek genoeg. Maar met de komst van SOA’s heb ik wel het idee dat seks weer een vies smaakje krijgt.
Er is nu altijd het zakelijke aspect van veiligheid, voorbereiding en voorzichtigheid. Een potje onbezorgd krikken is er niet meer bij. Een opwelling kan fataal zijn, de passie van het moment kan HIV in vermomming zijn.
Ik zeg zeker niet dat we er maar onveilig op los moeten rampetampen. Veiligheid staat ook bij mij nog altijd voorop. Seks wordt alleen wel een stuk minder spannend en spontaan met al dat latex en al die testen.