HLBF vraagt Pechtold om actiever te worden
Gepubliceerd op: 22 juni 2006
Naar aanleiding van het antwoord van Minister Pechtold (Koninkrijksrelaties) op een eerdere brief van HLBF.NL inzake de homofobe houding van de Arubaanse en Antilliaanse overheid, heeft HLBF-secretaris en waarnemend voorzitter Tom Brouwers de Minister opnieuw gevraagd een actievere houding aan te nemen.
De Minister erkent dat “duidelijk is geworden dat homofobie voorkomt in bepaalde delen van de Arubaanse bevolking”, maar steld dat “directe bemoeienis vanuit de Nederlandse regering naar verwachting averechts zal werken”
In zijn brief schreef de Minister dat er gebruik gemaakt moest worden van de bestaande rechtsmiddelen, om daarmee discriminatie zichtbaar te maken. HLBF betreurt het dat de Minister deze mening is toegedaan. Het gebruik van 'bestaande rechtsmiddelen' geeft namelijk geen enkele zichtbaarheid aan de bestaande problematiek.
Zo schrijft HLBF-secretaris Tom Brouwers: "Een voorbeeld hiervan is de aangifte wegens discriminatie die onze voorzitter, de heer André van Wanrooij, d.d. 22 augustus 2005 op het politiebureau van Oranjestad, Aruba heeft gedaan. Hij heeft 9 uur moeten wachten voordat hij, na tussenkomst van de Nederlandse Vertegenwoordiging, aangifte kon doen. Zijn Arubaanse co-aangever werd dermate fysiek geïntimideerd en bedreigd dat deze geen aangifte meer durfde te doen. Tot op heden heeft HLBF verder geen enkele reactie mogen ontvangen van de Arubaanse Hoofdofficier van Justitie, Karin Janssen. Wij hebben dan ook onlangs een brief naar haar verstuurd met een aantal vragen omtrent de afhandeling van deze aangifte. Zoals u kunt lezen hebben wij zeker gebruik gemaakt van de bestaande rechtsmiddelen. Echter wordt hier ofwel niets mee gedaan door de Arubaanse autoriteiten of wordt HLBF tegengewerkt. Wij zijn dan ook de mening toegedaan dat u zich als minister op dit punt onttrekt aan uw verantwoordelijkheid. Aruba heeft, zoals u in uw vorige brief ook aangaf, het Koninkrijksstatuut na te leven."
Verder schrijft HLBF in de brief aan de Minister: "HLBF is daarom van mening dat het land Aruba (alsmede de Nederlandse Antillen) de in Nederland gesloten huwelijken tussen paren van hetzelfde geslacht zou moeten erkennen. Daarnaast zou een meer actieve rol vanuit de Koninkrijksregering vorm dienen te krijgen zodat ook homoseksuelen Uw advies om gebruik te maken van bestaande rechtsmiddelen in de praktijk kunnen opvolgen zonder dat zij hierbij op grove wijze worden geïntimideerd door wetshandhavers en andere personen in dienst van de Arubaanse en Antilliaanse overheid."
De Minister erkent dat “duidelijk is geworden dat homofobie voorkomt in bepaalde delen van de Arubaanse bevolking”, maar steld dat “directe bemoeienis vanuit de Nederlandse regering naar verwachting averechts zal werken”
In zijn brief schreef de Minister dat er gebruik gemaakt moest worden van de bestaande rechtsmiddelen, om daarmee discriminatie zichtbaar te maken. HLBF betreurt het dat de Minister deze mening is toegedaan. Het gebruik van 'bestaande rechtsmiddelen' geeft namelijk geen enkele zichtbaarheid aan de bestaande problematiek.
Zo schrijft HLBF-secretaris Tom Brouwers: "Een voorbeeld hiervan is de aangifte wegens discriminatie die onze voorzitter, de heer André van Wanrooij, d.d. 22 augustus 2005 op het politiebureau van Oranjestad, Aruba heeft gedaan. Hij heeft 9 uur moeten wachten voordat hij, na tussenkomst van de Nederlandse Vertegenwoordiging, aangifte kon doen. Zijn Arubaanse co-aangever werd dermate fysiek geïntimideerd en bedreigd dat deze geen aangifte meer durfde te doen. Tot op heden heeft HLBF verder geen enkele reactie mogen ontvangen van de Arubaanse Hoofdofficier van Justitie, Karin Janssen. Wij hebben dan ook onlangs een brief naar haar verstuurd met een aantal vragen omtrent de afhandeling van deze aangifte. Zoals u kunt lezen hebben wij zeker gebruik gemaakt van de bestaande rechtsmiddelen. Echter wordt hier ofwel niets mee gedaan door de Arubaanse autoriteiten of wordt HLBF tegengewerkt. Wij zijn dan ook de mening toegedaan dat u zich als minister op dit punt onttrekt aan uw verantwoordelijkheid. Aruba heeft, zoals u in uw vorige brief ook aangaf, het Koninkrijksstatuut na te leven."
Verder schrijft HLBF in de brief aan de Minister: "HLBF is daarom van mening dat het land Aruba (alsmede de Nederlandse Antillen) de in Nederland gesloten huwelijken tussen paren van hetzelfde geslacht zou moeten erkennen. Daarnaast zou een meer actieve rol vanuit de Koninkrijksregering vorm dienen te krijgen zodat ook homoseksuelen Uw advies om gebruik te maken van bestaande rechtsmiddelen in de praktijk kunnen opvolgen zonder dat zij hierbij op grove wijze worden geïntimideerd door wetshandhavers en andere personen in dienst van de Arubaanse en Antilliaanse overheid."