Zichtbare pot?

Column | Vera Duivensteijn

Gepubliceerd op: 31 mei 2006

Zichtbare pot?
Het is vrijdagavond, ik zit aan de bar. Biertje voor mijn neus, sigaretten binnen handbereik. Naast me komt een mooi meisje staan. Een héél mooi meisje.

Zo’n meisje waar je alleen maar van droomt, maar nooit in het echt tegenkomt. Ze bestelt wat. Eén drankje. Ze is dus alleen. Ze glimlacht naar me. Ik smelt en glimlach terug. Zou ze… zou ze echt.. zou ze me leuk vinden? Maar dat kan toch niet? Ze is veel te mooi om pot te zijn! Veel te mooi om op mij te kunnen vallen.
 
Ze pakt haar wijn, betaalt en loopt weer weg. Ze staat met een groep jongens. Overduidelijk hetero’s. Dat wordt dus niets. Helemaal niets. Maar toch. Ze glimlachte naar me. Ze heeft me zien zitten. Aan de andere kant, ze kan ook gewoon uit beleefdheid glimlachen, dat doe ik ook zo vaak. Maar toch... Die glimlach. Het leek wel of het meer was dan een gewone ik-ben-beleefd-glimlach.
 
Hoe kan ik er nou achter komen of ze lesbisch is?

Ik zie het niet, ik kan domweg niet zien of het nou wel of niet zo is. Het kan door mijn onervarenheid komen, maar toch. Ze zeggen altijd dat je een ingebouwde gaydar hebt. Waar is die van mij dan? Is die nog niet goed afgesteld of zo? Ik kijk achterom. Ze staat er nog steeds. Te kletsen met die jongens.
 
Een van de jongens kijkt nu mij aan. Nee, ook dat nog. Versierd worden door een pukkelkop! Zie je het dan niet, jongen? Zie je het dan niet? Ik ben lesbisch! Ik val op vrouwen, in dit geval op dat meisje dat naast je staat.
 
Val ik zelf ook onder de onzichtbare potten? Of heeft deze jongen een plaat voor zijn kop? 
 
Ik draai me maar weer om en bestel nog een biertje. Vooral niet terugflirten. Niet doen. Anders krijgt hij nog hoop.
 
Maar val ik echt onder de categorie onzichtbare potten? Is het niet te zien? Zie ik er uit als ieder ander meisje? Oké, ik geef toe: ik heb lang haar, draag geen tuinbroek of skatebroeken met grote shirts, maar toch. Het gemiddelde meisje van mijn leeftijd ziet er een stuk vrouwelijker uit. Of in ieder geval hipper. Ik draag geen make-up en doe geen moeite om allemaal zooi in mijn haar te gooien om het los te kunnen dragen.
 
Aan de andere kant, ik heb een figuur en daar ben ik trots op. Diepe decolletés, draag hoge hakken en heb dus lang haar. Maakt dát dat ik niet herkenbaar ben als pot? Moet ik echt een tuinbroek gaan dragen? En er uit gaan zien als een halve vent? Nee toch? Dat wil ik helemaal niet! 
 
Zichtbare potten. Bestaan die eigenlijk wel? De lesbische vrouwen op televisie zijn op een hand te tellen. Dat zijn gewoon leuke, mooie vrouwen die door de stylist gekleed en gekapt worden volgens de laatste mode. De dames van The L Word: prachtig en zonder tuinbroek. Nee. Dan liever mezelf blijven.
 
Maar hoe kan ik dan zien of een meisje, in dit geval dat meisje bij die jongens, op vrouwen valt?
 
Ze komt weer naar de bar. Glimlachen, Vera, glimlachen. Maar niet te hard. Ze glimlacht weer terug. Ze komt weer naast me staan. Zal ik me voorstellen? Zal ik? Ik voel het bloed naar mijn wangen stijgen. Tuurlijk, ik ben weer knalrood en zie er niet uit, mijn haar zit vreselijk en… en..
 
“Hoi ik ben Anne.”
 
Ze praat tegen me ze praat tegen me ze praat tegen me.
“Oh, euh, hoi! Ik heet Vera.”
“Kom je hier vaker?”
Dus toch wel. Ze toont echte interesse. Ze is dus toch lesbisch. Nou ja, in ieder geval…
 
We praten wat. Of ik hier alleen ben, wat ik doe. Ik geef braaf antwoord. Ze komt van buiten de stad. “Ken je hier nog homotenten?” Vraagt ze. Ze is het dus toch. Echt! Ik heb het goed gezien. Eén–nul voor Vera.
 
“Ja, niet voor mij hoor, ik heb al jaren een vriend, maar voor die jongen die daar staat. Hij is net uit de kast en ik dacht dat jij dat wel zou weten.”
 
Ik draai me om. Pukkelkop dus. Pukkelkop, waarvan ik dacht dat hij met me wilde flirten is dus homo. En dat meisje heeft een vriend. Hoe fout kan je zitten. Klotegaydar.
 
Maar aan de andere kant: ik ben tenminste niet onzichtbaar! Ik val onder het kopje zichtbare potten!.

Maar of dat nou een compliment is?