Idaho? Songfestival!

Column | Vera Duivensteijn

Gepubliceerd op: 17 mei 2006

Idaho? Songfestival!
In Europa zijn er ruwweg twee dagen per jaar waarop homoseksualiteit écht de aandacht krijgt, buiten wat lokale prides. Bij toeval zijn ze allebei deze week. De ene is vandaag: IDAHO, de ander grofweg aanstaand weekend: het songfestival.
 
IDAHO bestaat vandaag ongeveer tien jaar. Vorig jaar hadden we als homogemeenschap nog wat aandacht met een kiss-in op het Leidseplein in Amsterdam. Een handjevol homo’s en lesbo’s die op straat stonden te zoenen en drie keer zoveel journalisten eromheen. Hier en daar kon je in het nieuws een reportage op tv zien.
 
Echt spectaculair was het niet. Zoenen op straat is inmiddels voor mij bijna dagelijkse praktijk. En dan wel zonder de veiligheid van zo’n grote groep eromheen.
 
Dit jaar gebeurt er bijna niets rond IDAHO. Hoeft ook niet. Homofobie moet alle dagen van het jaar alle aandacht krijgen en niet alleen op één dag.

In principe is het net zo krom als de dodenherdenking op één dag, moederdag, vaderdag en zielige-honden-met-afgeknotte-staarten-dag. Het voegt niets toe. Je staat er misschien vijf minuten bij stil en dat was het dan.
 
In andere delen Europa wordt er ook wel wat aan IDAHO gedaan, maar echt spectaculair is het niet. Nergens nemen de homo’s de staatszenders over, nergens houden de homo’s een land een paar uur bezig, er zitten nergens miljoenen mensen aan de buis gekluisterd om naar homoseksuelen te kijken.  
 
Nee, dan het Songfestival.
 
Het is vijftig jaar geleden begonnen als een onschuldig liedjesfestival. Kleine meisjes met goede stemmen zongen een prachtig liedje in hun eigen taal. Het doel was elkaar kennis laten maken met de cultuur in het land van herkomst. Live op de radio en later ook op televisie.
 
Inmiddels is het Songfestival een vermomd nichtenfeestje waarvoor half Europa aan de buis gekluisterd zit. Half Europa, dus ook de mensen in het homofobe Oost-Europa en Rusland. Daar is het songfestival, mét bossen homo's voor en achter de schermen, hotter dan hot.
 
Half Europa zit te kijken naar een parade van slechte liedjes die stuk voor stuk qua kitscherigheid niet zouden misstaan in de eerste de beste homokroeg, uitgevoerd door nichten en fag-hags.
 
Op zich is het best logisch. De typische nicht houdt van rechtdoorzeedeuntjes uitgevoerd door een vrouw-met-schreeuwstem of een mooie man in combinatie met een gigantische show. Daar voelt hij zich bij thuis.
 
In Oost-Europa zijn ze ook gek op het festival, maar wel om een heel andere reden. Daar is het dagelijks leven voor Jan Modaal wat moeilijker dan in Nederland. Tijdens het songfestival worden de kijkers meegevoerd naar een Walhalla van glitters en show. Juist: datgene waar homo’s ook op kwijlen en goed in zijn om te creëren.
 
Schaf IDAHO af! 
 
Zoals het nu is, werkt het niet. Denken ze nou echt dat Jan Modaal in Polen ook maar één keer met zijn ogen zal knipperen als hij hoort van honderd zoenende mannen en vrouwen in Amsterdam of van een debat zo links of rechts? Niet echt.
 
Maak van het songfestival een gelegenheid om de nadruk te leggen op alle homo’s die daaraan meewerken. Zonder homo’s geen songfestival, toch een van de grootste jaarlijkse evenementen in Europa, en het perfecte uithangbord voor homoseksualiteit. Om IDAHO zal dan werkelijk niemand treuren.