Een heel goed doel

Column | FemFusion | Christine van der Hoff

Gepubliceerd op: 22 februari 2006

Een heel goed doel
Onlangs werd bekend dat in de Amsterdamse gemeenteraad een voorstel is ingediend om homo-ontmoetingsplaatsen van gemeentewege te faciliteren.
 
Daartoe moet natuurlijk budget worden vrijgemaakt uit een potje voor homodoelen. Ik denk dat ze mijn klomp tot in Gasselternijeveenschemond konden horen breken!
 
Laat ik nu altijd gedacht hebben dat homo’s geen enkele aanmoediging nodig hadden om samen de bosjes in te duiken?

Maar nee: blijkbaar is het heus niet zo eenvoudig om elkaar in het grote enge bos de helpende hand of mond toe te steken en moeten daar voorzieningen voor worden getroffen. Ik probeerde me er een voorstelling van te maken...

Zouden er misschien driehoekige ANWB-paddestoelen worden ontworpen, met verwijzingen naar het meest verhullende struweel?
 
Wordt er wellicht een handzaam gidsje op kontzakformaat gedrukt, met tips? Zo van ‘Als u het tweede pad links inslaat, vindt u aan uw rechterhand een bedje van zacht mos’?
 
Worden er klimrekken omgebouwd tot openluchtdarkrooms voor de barebackende medemens? Met waarschuwingsbordjes ervoor, ten behoeve van de in groene regenjacks gehulde brave huisvaders die zich eigenlijk alleen maar even snel willen laten pijpen en zich mogelijk een hoedje zouden schrikken?
 
En worden er dan ook prullenbakken bevestigd met een gemakkelijk te begrijpen gebruiksaanwijzing erbij – ‘Knoop het condoom dicht (pas op voor uw nieuwe Pradaschoenen) en werp het door de opening’, zoiets?
 
Het leek me lang geen slecht idee, vleiend zelfs. Zeker omdat dat budget ook aan lesbo’s toekomt.

En als er speciale accommodatie voor je wordt gecreëerd, dan moet je toch echt wel belangrijk zijn voor de gemeente - anders zouden ze ons tenslotte met knallende buksen de polder in jagen, net als die spreeuwen voor het Centraal Station in Amsterdam.
 
Maar toen ging ik twijfelen. Want wanneer was ook alweer de laatste keer dat ik me aan een medevrouw wilde vergrijpen bij min zes, achter een hibiscus van de plantsoenendienst? Even denken hoor... O ja, ik weet het weer: nooit!

In mijn puberjaren heb ik wel eens seks in de wilde natuur gehad, maar daaraan beleefde een kolonie rode mieren aanzienlijk meer genoegen dan ik en verder wil ik er geen woord over kwijt.
 
Nee, als ik mag kiezen tref ik mijn meisje liever op een pluizig bontje voor de open haard, haar poezele billetjes glanzend in het licht der vlammen, een glaasje Grand Marnier onder handbereik en Frank Sinatra koerend op de achtergrond.

Dat daar eventueel een satijnen korsetje van Agent Provocateur aan te pas komt, een zwart fluwelen maskertje, en kom, voor de leut een met rijnsteentjes ingelegd karwatsje van hetzelfde merk, daar heb ik niets tegen. Zeker niet nu deze toch nogal prijzige hebbedingetjes ons van overheidswege worden verstrekt.
 
Ik durf te beweren dat menige lesbienne het met mij eens is. Dat de mannen hun bronstige klaroengeschal graag door bos en dal willen laten klinken, dat is reuze sportief en landelijk van ze (en het rechtvaardigt zeker een jaarlidmaatschap van Natuurmonumenten, als ik nog even een tip mag geven). Maar wij blijven liever binnen, als we heel eerlijk zijn.

Ik stel daarom voor dat gemeente een paar leuke lesbo-ontmoetingsplaatsen faciliteert, gunstig gelegen ten opzichte van tram 5 en 17. Uitgerust met warm licht, zachte loungekussens, een open haard natuurlijk, een lekkere dj én een gogodanseres. En niet te vergeten een goedgevulde bar, voor onze biertjes en cocktails.
 
Tjonge, wat aardig van ze, ik kan haast niet wachten!