De valkuil die harmonie heet

Column | FemFusion | Christine van der Hoff

Gepubliceerd op: 20 januari 2006

De valkuil die harmonie heet
De gemiddelde lesbienne (die niet bestaat trouwens, maar daarover verderop meer) mag graag een robbertje mopperen en klagen. En dan liefst zo snedig mogelijk, want het is niet genoeg dat we gehoord worden. We willen ook de lachers op onze hand, en medestanders graag. We zijn tenslotte vrouwen.
 
Vrouwen opereren in groepen van minimaal twee, dat is gezelliger. Ook als er de hele avond alleen maar gemokt wordt. Waar klagen we dan zoal over? Nou, over andere lesbo’s bijvoorbeeld. Die hebben stomme kleren aan. En een snor. Of erger nog: lippenstift. Of we klagen over het feit dat er voor lesbische vrouwen zo weinig te doen is. En als er eens iets te doen is, is het bier lauw. Heb je daar nu 10 euro voor uitgegeven…

Je kunt nog beter thuis op de bank gaan zitten met de katten op schoot en een lesbische glossy. Maar verdorie: die bestaat niet eens.
 
De vrouwen die evenementen organiseren of cafés beginnen, hebben zo hun eigen klachten, iets waaraan in Zij aan Zij ooit een heel artikel werd gewijd. Want het is niet alsof de klagers ooit zélf de hand aan de ploeg slaan en iets ondernemen. Maar het ergste van al dat geklaag over en weer is dit: het is een indicatie van een onderliggend probleem. Niet voor niets luidt het gezegde ‘de klacht is het wapen van de machteloze’.
 
Wie macht heeft, klaagt niet. Hoe meer armslag je hebt, hoe minder tijd je hoeft te verspillen met aan de bel trekken – je beslist gewoon, je zorgt dat het geregeld wordt. Wat lesbo’s dus nodig hebben, is meer macht en invloed, wordt er dan geroepen. Maar, zo pareren de ergste somberaars onder ons: die zullen we nooit krijgen. Want, stellen ze, lesbische initiatieven komen vroeg of laat allemaal terecht in verstikkend emotioneel drijfzand.
 
In eerste instantie is er groot enthousiasme, er worden hartsvriendinschappen gesloten, er wordt unanieme overeenstemming bereikt – dat belooft wat. Maar alras begint het gekonkel, het gekissebis over details die nauwelijks terzake doen maar desondanks hoog op de agenda belanden. Men is ontevreden en voelt zich onbegrepen of niet gehoord. Het eindigt in het beste geval met een tijdrovende Wiedergutmachung die er toe leidt dat de noeste werkezels in de organisatie uitgeput afhaken, soms voorgoed.
 
De slotsom is dan meestal - want deze discussie wordt al jaren gevoerd - dat lesbische vrouwen eens moeten leren om één lijn te trekken in plaats van hun persoonlijke belangen te laten prevaleren.

Daarin staan we overigens niet alleen: onder leden van veel minderheidsgroeperingen heerst consensus over het belang van de eenduidige boodschap. Samen sta je sterk. Wie zijn eigen plan probeert te trekken, wekt twijfel over de geloofwaardigheid van de anderen en dat schaadt de belangen van de groep als geheel. Afwijken van de leer is ongepast.
 
Toch kan het best zijn dat daar nu net de grote denkfout zit. Lesbische vrouwen mogen dan wel een relatief kleine groep vormen, ze vormen allerminst een homogene groep, zoals Joyce Hamilton in de vorige column ook al opmerkte. Sterker nog; de onderlinge differentiatie is zó groot dat we er zelf nauwelijks raad mee weten. Xandra Schutte deed ooit een poging om een lesbisch woordenboek samen te stellen met daarin onder andere diverse speelse aanduidingen voor verschillende soorten potten. En nog slaagden velen van ons erin zich daar totaal niet in te herkennen.
 
Eén lijn trekken met zoveel verschillende soorten mensen lijkt welhaast onmogelijk. En dat wringt dan weer.

Want lesbo’s zijn niet alleen een minderheid, ze zijn bovenal vrouw. En vrouwen lijken een aangeboren neiging te hebben om naar onderlinge harmonie te streven en hobbeltjes glad te willen strijken, desnoods tegen beter weten in. Aardig gevonden worden, gezelligheid (zie boven), dat is het hoogste goed, maar dat vraagt om offers van alle kanten - andere vrouwen moeten dan ook de moeite nemen om aardig te doen, om mee te helpen aan de heilige harmonisatie.
 
Doen ze niet aardig genoeg, dan kun je ze daarop aanspreken. Laten ze zich daarop niet aanspreken, dan zit er blijkbaar maar één ding op, zo leert de praktijk: je neemt een vriendin apart en noemt de onaardige tegenstrever in het geniep een bitch. Voor je het weet zijn er allerlei kongsies en machtsblokjes gevormd en heb je de poppen aan het dansen. En dat alleen omdat we met de enorme misvatting leven dat we één grote, knusse, zachtroze, glooiende wolk van vrouwelijke eenheid moeten vormen.
 
Zou het niet veel verstandiger zijn om onze onderlinge verschillen nu eens te erkennen en te eerbiedigen? Zou het niet veel gezonder zijn als er gewoon ruimte was voor - slik - strijd, en dan met open vizier?

Erkennen dat er verschillen bestaan en mogen bestaan maakt een groep niet zwakker, maar sterker. Als je bereid bent onder ogen te zien waar de echte problemen schuilen – een veelheid aan meningen, smaken en opvattingen bijvoorbeeld - kun je die opnemen in je plan van aanpak, kun je een modus operandi verzinnen. En als er dan initiatieven worden ontplooid, krijg je volwassen lesbische projecten met bestaansrecht. Zoals de FemFusion-website en al haar spin-offs, zoals de Flirtation-feesten, want al het gemopper ten spijt: er is wel degelijk ‘iets te doen’.
 
Of neem the L-Word. Initiatiefnemers Rose Troche en Guinevere Turner maakten ooit lesbofilmpjes op eerstejaarsniveau - wellicht herinner je je het aandoenlijk knullige Go Fish nog. Maar dankzij hard werken zijn ze succesvol doorgedrongen in het Hollywood-establishment, (…) en hebben een mainstream televisieserie met een lesbisch thema van de grond weten te tillen. Er zal heus geschreeuwd en gevloekt zijn tijdens het productieproces, er zullen heus mensen met de deuren hebben geslagen en stampend zijn weggelopen. Maar het uiteindelijke doel was blijkbaar toch waardevoller dan het persoonlijke gelijk, anders maakten onze dvd-spelers nu geen overuren.
 
Misschien moeten we maar eens accepteren, nee, beter nog, omarmen en koesteren dat sommigen van ons op hoge hakken lopen en anderen op gympen.

Dat er ronkende carrièretijgers onder ons zijn, maar ook thuisblijfmoeders. Dat de één niet moet denken aan seks met een man en de ander er stiekem (of niet zo stiekem) over fantaseert. Dat je vrouwen hebt die liever op de barricaden staan dan op de dansvloer en omgekeerd. Is dat niet beter dan elkaar steeds weer proberen te bekeren en corrigeren via achterkamertjesoorlogen die nergens toe leiden?
 
Als de acceptatie van onderlinge diversiteit een luxe is die een groep mensen zich alleen kan veroorloven als ze een volwaardige maatschappelijke positie heeft verworven, is het duidelijk wat ons te doen staat. Ook zo’n groep worden! Door ons heel brutaal de bijbehorende handels- en denkwijze aan te meten. De omgekeerde wereld; een beetje voor onze beurt misschien en vast niet zoals het hoort, maar wat zou dat?
 
Good girls go to heaven, bad girls go everywhere.