De familie als uitgangspunt: christelijke homohaat

Gepubliceerd op: 10 januari 2006

De familie als uitgangspunt: christelijke homohaat
Je kent ze wel: berichten over een of andere kriebelige groepering die een groot concern probeert aan te vallen als dat bedrijf lonkt naar iets dat 'te homo' zou zijn. Maar waar gaat het nou om?

Aan de andere kant van de oceaan is er een zeer sterke antihomolobby die zo nu en dan groot in het nieuws komt. Soms lijkt het wel alsof er een groep mensen is die níets anders doet dan 24 uur per dag radio, tv en de kranten in de gaten houden. Zodra er dan iets langskomt dat ook maar een béétje ‘homo’ lijkt te zijn, trekken ze aan de bel en zetten ze alles op alles om die éne uitlating te verbieden. En dat gaat soms best wel ver.
 
Familie als baken 

De groeperingen hebben namen als Focus on the family (FotF), American Family Association (AFA) of Concerned Women for America (CWfA).

In feite hebben deze organisaties maar één doel: het gezin (als hoeksteen van de samenleving) zo veel mogelijk beschermen tegen alles wat dat instituut (in hun ogen) maar kan aantasten. En dat kan van alles zijn. Niet alleen homo’s zijn constant de pineut, ook vrije relaties, seks voor het huwelijk, abortussen en scheiden zijn vooral níet de bedoeling.
 
De organisaties hebben bij elkaar een aanhang van enkele miljoenen mensen. John Doe is in Amerika nog steeds de getrouwde christelijke man of vrouw in de buitenwijk met een paar kinderen. Het is in de meeste gevallen zo dat de moeder thuisblijft voor die kinderen, pa voor de centen zorgt en ‘een net leven’ het devies is. Alles dat niet in dat door de bijbel gedicteerde plaatje past, is dus bij voorbaat de klos en deze gezinnen vormen dan ook de motor achter de organisaties die het nette plaatje in beeld willen houden.  
 
Lobby
 
Een van de meest voor de hand liggende acties van deze organisaties is de politieke lobby.

Met de huidige president hebben de christelijke organisaties met het landelijke beleid een makkie: George Bush zal de laatste zijn om de homo’s een hand te reiken. Maar de lobby gaat verder dan dat. Ook in de afzonderlijke staten en gemeentes is ‘de lobby’ zeer actief. Het gaat dan om het voorkomen van het invoeren van het ‘homohuwelijk’ tot aan het voorkomen dat een bepaald boek in de bibliotheek van een klein stadje komt te staan.

De lobbies hebben meer impact dan menigeen denkt. De verschillende organisaties doen er alles aan om Amerikaanse bedrijven zo homofoob mogelijk te maken, en dat gaat redelijk agressief. Niet alleen de leiders van de bedrijven worden op allerlei manieren bespeeld, ook proberen de organisaties de bedrijven te dwingen om homo’s buiten te sluiten door met boycots (van de producten) te dreigen. Daar lijken de conservatieve groepen redelijk succesvol in te zijn.
 
Ford-auto’s

Een van de recentere voorbeelden is autofabrikant Ford. De autoboer adverteert al geruime tijd met haar duurdere merken in allerhande homomedia. Logisch; homoseksuelen hebben relatief veel te besteden en daardoor zijn ze goede potentiële klanten voor dure automerken. De AFA zag dat echter met lede ogen aan. Ford steunde met haar reclamedollars verderfelijke homomedia! En dus dreigde de organisatie om alle merken van Ford te boycotten.
 
Wat volgde was tekenend voor de angst die de ‘toorn’ van dit soort organisaties in kan boezemen. In eerste instantie adverteerde Ford gewoon door, in de hoop dat de druk van de AFA mee zou vallen. Daarop besloot de AFA niet op te geven en zocht de media op in een poging Ford zo zwart mogelijk te maken. Daarop bezweek Ford alsnog voor de druk en het miljardenbedrijf maakte bekend te stoppen met adverteren in homomedia. Later besloot het bedrijf, vrij onverwacht, toch voor de homodollar te kiezen. Nu adverteert het bedrijf weer, zij het tot grote ontevredenheid van de AFA. Het laatste woord is hierover dan ook nog niet gezegd.

Disneys kinderdroom

Ook Disney kon niet onder de christelijke boycot uit komen. Het sprookjesconcern heeft al jaren een GayDay in haar parken en daar zijn een aantal organisaties niet zo heel erg blij mee.

Een jarenlange boycot was het gevolg; één christelijke organisatie presteerde het om haar aanhangers zes (!) jaar lang de toegang tot de Disneyparken te ontzeggen. Onderdeel van deze acties waren ook beschuldigingen dat Disney homoseksueel getinte signalen uit zou zenden via haar programma’s. Kwik, Kwek en Kwak zouden te intiem met elkaar omgaan en Dagobert Duck als vrijgezelle, oude, rijke man… dat kon ook niet kloppen!
 
Disney is niet bezweken voor de druk en het concern is ook niet failliet gegaan. De christelijke acties zijn wel tekenend voor de invloed die de organisaties uit proberen te oefenen op het Amerikaanse dagelijkse leven. Grote concerns als Ford en Disney hebben het geld om de negatieve publiciteit te weerstaan, kleinere bedrijven echter niet.

Publiciteit
 
Je kunt je afvragen hoe succesvol die constante boycots zijn. Als er een succes wordt behaald, wordt dat groots uitgemeten in de media. Niet alleen de media van de eigen doelgroep, zoals conservatieve kranten en televisiezenders, ook in de homomedia. In de homomedia wordt het meer gebracht als een schande. Toch krijgen de organisaties redelijk wat aandacht, waardoor het lijkt alsof ze nogal invloedrijk zijn.
 
Die invloed zullen ze in delen van de Verenigde Staten ook wel hebben. Dit zijn voornamelijk de toch al conservatieve staten, waar homoseksualiteit min of meer een taboe is. Daar zijn de mensen ook meer geneigd te doen wat er door de kerk en andere christelijke organisaties wordt voorgeschreven.

Doel missen

Op andere plekken is dat niet het geval. In de grote progressieve steden is homoseksualiteit normaler en wordt er minder angstig naar homoseksuelen gekeken. In deze gebieden hebben de christelijke organisaties dan ook minder vaste grond onder de voeten.
 
De boycots hebben meestal niet het gewenste resultaat. De groep mensen die zich aansluit bij een of meerdere organisaties is groot, maar de groep die zic niet aangetrokken voelt tot de standpunten is nog veel groter. Bedrijven (vooral de grote multinationals) trekken zich vaak weinig aan van een boycot en gaan door waar ze mee bezig zijn – al zullen ook zij soms toch even twijfelen als een christelijke organisatie boos aan komt kloppen.  
 
Voorkomen is beter dan genezen
 
Op een ander gebied zijn de organisaties als de AFA en Focus on the Family wel succesvol: het voorkomen dat mensen met een bepaald medium of product in aanraking komen. Een goed voorbeeld is het werk dat nu wordt gedaan met de film Brokeback Mountain.

Deze mainstream film over het leven van twee homoseksuele schapenhoeders is nu een van de speerpunten van diverse organisaties. Zij krijgen het dan ook voor elkaar om de film in bepaalde delen van de VS uit de bioscopen te houden. En als iets niet in de bioscoop komt, kan het publiek er ook niet mee in aanraking komen.
 
Ieder voordeel...

Toch heeft ook dit beleid een groot nadeel voor het christelijke doel. De dingen waar het om gaat, komen weer uitgebreid in de media. Mensen worden nieuwsgierig en willen, in dit geval, de film toch zien en weten waar het over gaat. Ze zullen proberen een plek te vinden waar de film wel wordt gedraaid.

In feite betekent zo’n stunt gratis publiciteit en reclame voor de productiemaatschappij van de film, ook al zijn er nu steden in de Verenigde Staten waar Brokeback Mountain nooit op het witte doek te zien zal zijn.  
 
Nederland

Ook in Nederland hebben we christelijke organisaties die homoseksuelen liever kwijt dan rijk zijn. Ze zijn wel een stuk minder actief dan in Amerika, simpel en alleen al omdat de aanhang hier veel kleiner is. Ook zijn die organisaties veel minder algemeen dan de grote organisaties aan de andere kant van de oceaan: ze hebben veelal één doel. In Nederland hebben we bijvoorbeeld Different, Onze Weg en Tot Heil des Volks.
 
Different en Onze Weg hebben een zeer duidelijke taak: namelijk het ‘hetero maken’ van homoseksuelen en het begeleiden van ex-homo’s. Tot Heil des Volks is niet echt agressief. Zij blijven redelijk lief bezig met het verspreiden van het Evangelie. De gemiddelde aanval op zaterdagochtend van een groepje Jehova’s Getuigen zal heftiger zijn dan een ontmoeting met iemand van Tot Heil des Volks. Verder houden ze zich bezig voornamelijk bezig met liefdadigheid.
 
Angst
 
Moeten we bang zijn? Nee, niet echt. In het ontkerkelijkte Nederland zal het niet zo’n vaart lopen met de christelijke lobby. Ook organisaties van andere geloven zijn niet erg zorgwekkend. Deze groepen zijn vaak te klein en weten de weg richting de politiek nog niet heel goed te vinden. Misschien meer iets voor in de verre toekomst.
 
Ook van de bovengenoemde Amerikaanse organisaties hoeven wij niet veel te vrezen. Nederlanders zijn nuchter genoeg om het kaf van het koren te scheiden; de grootste ‘geloofshype’ hebben we hier wel gehad.

Wel blijft het op z’n minst verbazingwekkend om zo nu en dan berichten te lezen over hoe de Concerned Women of America hard hun best doen om de website van de suikerzoete Barbie te bekritiseren. Er stond een vraag die kon neigen naar iets dat leek op iets dat kon horen bij homoseksualiteit! Gelukkig: het blijft meestal maar bij een hoop gedoe en geschreeuw om niets…