Wil de echte lesbienne dan nú opstaan?
Column | FemFusion | Joyce Hamilton
Gepubliceerd op: 16 december 2005
Een aantal weken geleden had ik het voorrecht bij een conferentie in Parijs te mogen zijn, georganiseerd door ILGA-Europe, zeg maar het COC van Europa.
Als Alice in Wonderland voelde ik me, tussen 200 homo’s, lesbo’s, bi’s, transseksuelen, transgenders, interseksuelen en ‘non-identified’; mensen uit meer dan 40 landen.
Even herinnerde ik me weer de eerste keer dat ik naar een vrouwenavond ging in Amsterdam. Zoveel verschillende vrouwen en allemaal zo mooi op hun manier. En allemaal zoals ik; ik was niet alleen, ziek of gek, gesocialiseerd of ‘in een fase’. Ik hoorde ergens bij en voelde me zo opgelucht. Opgelucht omdat die lesbo’s eigenlijk best ‘normaal’ waren; doorsnee vrouwen en wilde vrouwen, gevoelige tiepjes en afgestompte exemplaren, groepsdieren, einzelgängers, en hier en daar een bitch.
Maar allen lesbisch en op en top vrouw!
Je zou denken: voldoende reden om samen een front te vormen, een lesbisch collectief, ‘sisters united’. Samen kunnen we de wereld aan! Niets is minder waar. Als er één groep niet solidair is, dan zijn het vrouwen. Komt er eindelijk een vrouw in een hoge bestuurlijke functie, dan is het altijd eerst de vrouwelijke competitie die haar af- of aanvalt.
Een gelijksoortig incident deed zich voor in Parijs, in een van de workshops over ‘lesbianism’. Het moest gaan over de combinatie van lesbianisme en feminisme, maar draaide uit op een one-woman-show van een van de inleiders. Een vrouw die haar visie aan de toehoorders opdrong, geen tegenspraak duldde en slechts met opgeheven vinger de jonge generatie vrouwen terecht wees.
Boos ben ik uit de workshop weggelopen. Ik voelde me persoonlijk aangevallen.
Waarom? Omdat ik het niet met haar eens was? Of omdat ze de arrogantie had haar wijsheid op te dringen zonder de ‘jeugd’ zelf het antwoord te laten zoeken?
Ik heb er lang over na moeten denken. Natuurlijk ze is van een andere generatie, één die nog radicaal voor vrouwenrechten heeft gestreden en op de barricaden heeft gestaan. Natuurlijk moet ik hiervoor respect hebben. Dankzij haar en haar generatie ben ik nu als onafhankelijke vrouw in staat me redelijk financieel staande te houden. En natuurlijk mag ik haar niet verwijten dat ze in haar radicalisme is doorgeslagen, gefrustreerd na een lange strijd tegen patriarchale structuren en in de steek gelaten door de vrouwenbeweging.
Maar wat voor mij echt de deur dicht deed, was het moment waarop ze smadelijk zei dat er ‘helaas ook heterovrouwen bestaan’.
Dat klinkt misschien vreemd op een site voor lesbo’s en bi’s, maar onze strijd is ook die van heterovrouwen. Zo lang de blanke man van middelbare leeftijd de norm bepaalt in de samenleving, komen vrouwen niet op belangrijke posities terecht, wordt het glazen plafond niet doorbroken en blijft subtiel, maar hinderlijk, seksisme bestaan. Degenen die daar als eerste last van ondervinden zijn vrouwen die hun seksuele autonomie benadrukken door ‘out and proud’ lesbo of bi te zijn.
De man is niet overbodig. Maar het is ook niet nodig hem te imiteren, zoals de bewuste vrouw in de workshop deed. Schoenmaker blijf bij je leest, doe waar je goed in bent en blijf je principes trouw: empathie, zorg voor elkaar en respect voor iedereen. Maar belangrijker nog: doe het zichtbaar. Laat die hand niet los als je met je vriendin op straat loopt, neem haar mee naar het kerstdiner van je werk en strooi af en toe quasi nonchalant met haar naam in je verhalen over het weekend.
Het zijn de duizenden kleine visjes die samen de grote school laten zwemmen. Maak de echte lesbofobie zichtbaar. Het is makkelijker vechten tegen een vijand met een gezicht.
Waarom ik me dan kandidaat heb gesteld voor het COC bestuur met het ‘imago van een moddergooiende ouwenichtenclub’?
De vraag stellen is hem eigenlijk al beantwoorden...
Als Alice in Wonderland voelde ik me, tussen 200 homo’s, lesbo’s, bi’s, transseksuelen, transgenders, interseksuelen en ‘non-identified’; mensen uit meer dan 40 landen.
Even herinnerde ik me weer de eerste keer dat ik naar een vrouwenavond ging in Amsterdam. Zoveel verschillende vrouwen en allemaal zo mooi op hun manier. En allemaal zoals ik; ik was niet alleen, ziek of gek, gesocialiseerd of ‘in een fase’. Ik hoorde ergens bij en voelde me zo opgelucht. Opgelucht omdat die lesbo’s eigenlijk best ‘normaal’ waren; doorsnee vrouwen en wilde vrouwen, gevoelige tiepjes en afgestompte exemplaren, groepsdieren, einzelgängers, en hier en daar een bitch.
Maar allen lesbisch en op en top vrouw!
Je zou denken: voldoende reden om samen een front te vormen, een lesbisch collectief, ‘sisters united’. Samen kunnen we de wereld aan! Niets is minder waar. Als er één groep niet solidair is, dan zijn het vrouwen. Komt er eindelijk een vrouw in een hoge bestuurlijke functie, dan is het altijd eerst de vrouwelijke competitie die haar af- of aanvalt.
Een gelijksoortig incident deed zich voor in Parijs, in een van de workshops over ‘lesbianism’. Het moest gaan over de combinatie van lesbianisme en feminisme, maar draaide uit op een one-woman-show van een van de inleiders. Een vrouw die haar visie aan de toehoorders opdrong, geen tegenspraak duldde en slechts met opgeheven vinger de jonge generatie vrouwen terecht wees.
Boos ben ik uit de workshop weggelopen. Ik voelde me persoonlijk aangevallen.
Waarom? Omdat ik het niet met haar eens was? Of omdat ze de arrogantie had haar wijsheid op te dringen zonder de ‘jeugd’ zelf het antwoord te laten zoeken?
Ik heb er lang over na moeten denken. Natuurlijk ze is van een andere generatie, één die nog radicaal voor vrouwenrechten heeft gestreden en op de barricaden heeft gestaan. Natuurlijk moet ik hiervoor respect hebben. Dankzij haar en haar generatie ben ik nu als onafhankelijke vrouw in staat me redelijk financieel staande te houden. En natuurlijk mag ik haar niet verwijten dat ze in haar radicalisme is doorgeslagen, gefrustreerd na een lange strijd tegen patriarchale structuren en in de steek gelaten door de vrouwenbeweging.
Maar wat voor mij echt de deur dicht deed, was het moment waarop ze smadelijk zei dat er ‘helaas ook heterovrouwen bestaan’.
Dat klinkt misschien vreemd op een site voor lesbo’s en bi’s, maar onze strijd is ook die van heterovrouwen. Zo lang de blanke man van middelbare leeftijd de norm bepaalt in de samenleving, komen vrouwen niet op belangrijke posities terecht, wordt het glazen plafond niet doorbroken en blijft subtiel, maar hinderlijk, seksisme bestaan. Degenen die daar als eerste last van ondervinden zijn vrouwen die hun seksuele autonomie benadrukken door ‘out and proud’ lesbo of bi te zijn.
De man is niet overbodig. Maar het is ook niet nodig hem te imiteren, zoals de bewuste vrouw in de workshop deed. Schoenmaker blijf bij je leest, doe waar je goed in bent en blijf je principes trouw: empathie, zorg voor elkaar en respect voor iedereen. Maar belangrijker nog: doe het zichtbaar. Laat die hand niet los als je met je vriendin op straat loopt, neem haar mee naar het kerstdiner van je werk en strooi af en toe quasi nonchalant met haar naam in je verhalen over het weekend.
Het zijn de duizenden kleine visjes die samen de grote school laten zwemmen. Maak de echte lesbofobie zichtbaar. Het is makkelijker vechten tegen een vijand met een gezicht.
Waarom ik me dan kandidaat heb gesteld voor het COC bestuur met het ‘imago van een moddergooiende ouwenichtenclub’?
De vraag stellen is hem eigenlijk al beantwoorden...