Durf jij met je beurse vagina op tv?
Anna Tijsseling | FemFusion | Column
Gepubliceerd op: 07 juli 2005
"Oh ja, zitten er ook vrouwen op zelfverdediging?" vroeg de presentatrice van het COC-debat over antihomoseksueel geweld 17 mei aan een van de geïnterviewde mannen.
Vanuit de achterste rij van de cirkelvormige opstelling in het Amsterdamse COC luisterde ik met een stel vriendinnen naar de ervaringen van homoseksuele mannen met antihomoseksueel geweld. Doordat presentatrice Tania Barkhuis louter mannen interviewde over dit onderwerp, merkte ik door haar vraag dat antilesbisch geweld niet op de agenda stond.
Een van die mannen was speciaal gaan trainen om zichzelf beter te kunnen gaan verdedigen op straat. Voor talloze meisjes is zelfverdediging sinds jaar en dag een onderdeel van de opvoeding.
Gealarmeerd door die blikvernauwing keek ik eens om me heen. Ons gezelschap was wat vertraagd en belandde daardoor op de achterste ring. De binnenste was totaal bemand en verder naar achteren nam het aantal vrouwen toe. De opstelling stond die avond symbool voor de inhoudelijke agenda: vrouwen kwamen nauwelijks aan bod. Het publiek kwam er ook nauwelijks tussen. De presentatrice stelde enthousiast zelf de vragen, de handen en vingers uit het publiek negerend.
Na een uurtje schatten we zo in dat het van een verbreding van het perspectief op antihomoseksueel geweld wel niet meer zou komen. We zijn Saarein ingestapt voor een biertje om nog eens door te mijmeren over het gegeven dat antihomoseksueel geweld met louter geweld dat mannen overkomt wordt geassocieerd.
Chris Crain, het onlangs geboren icoon van antihomoseksueel geweld, had twee dingen mee. Zijn blauwe ogen en zijn positie als reporter. Fijn dat het antihomoseksuele geweld eens een journalist trof. Dan hoor je er tenminste iets van.
Fantastisch dat Nederlandse lesbiennes in het kader van de International Day against Homophobia de Kiss-in op het Leidseplein organiseerden. Slim bedacht. Daar duiken de media natuurlijk bovenop.
En inderdaad: vanuit de bovenverdieping van Saarein zagen we op het nieuws voornamelijk kussende mannen voorbij komen. Weer een minderheid aan vrouwen. Toegegeven: mijn vriendin en ik stonden er niet tussen. Aanvankelijk wilden we gaan, maar toen de Kiss-in steeds openlijker werd gekoppeld aan moslimfobie voelden we ons er niet meer toe aangetrokken.
Ik herinnerde me ineens ook het optreden van Cohen in Nova direct na de Chris Crain-affaire. Ook daar kwam het antilesbisch geweld niet aan bod. Het ging vooral om geweld op straat. Bovendien ging het vooral om ‘verbeeldbaar geweld.’ Blauwe ogen. Kapotte neuzen. Schedelfracturen. Dat type geweld is gemakkelijk verbeeldbaar. De mensen die het overkomt, durven die blauwe plekken wel te laten zien voor een camera.
Een beurse vagina en een geteisterde ziel doen het minder goed in de verbeelding. Geweld tegen homomannen komt dan centraal te staan. En dat is een gemiste kans.
Het debat waarbij antilesbisch geweld het gezichtsveld moest ruimen, past dus in een teneur waarin moeilijk verbeeldbaar geweld buiten schot blijft. Maar ‘moeilijk verbeeldbaar’ staat toch niet voor ‘onbespreekbaar’, lijkt me dan?
In de jaren negentig was antilesbisch geweld nog een hot issue. Het werd in de gaten gehouden en onderzocht.
In 1994 promoveerde Diana van Oort zelfs op het thema ‘antilesbisch geweld.’ Daarvan is bitter weinig blijven hangen. Toch logen de resultaten er toen niet om. 94% van de 1288 geïnterviewde vrouwen had ervaring met geweld. 56% van dat geweld was gericht tegen hun vrouw- en lesbisch zijn. 36% van dat geweld was alleen op hun lesbisch-zijn gericht. Gemiddeld hebben vrouwen meer ervaring met geweld dan mannen. Als slachtoffer ervan tenminste.
Intimidatie stond op de eerste plaats in Van Oorts proefschrift. Daarin lijkt niets veranderd.
Niet voor niets worden er nog altijd jaarlijks heksennachten, waarbij vrouwen de straat terug eisen, georganiseerd.
Daarna volgden psychologische oorlogsvoering, lichamelijk en seksueel geweld. Of in de frequentie daarin iets is veranderd, is niet te zeggen. De laatste keren dat er onderzoek naar werd gedaan zijn in de jaren negentig geweest. Recente informatie van bijvoorbeeld de website van de Schorerstichting meldt dat vrouwen vaker worden uitgescholden en mannen vaker in elkaar worden geslagen. Op welk onderzoek dat wordt gebaseerd is niet duidelijk.
Het is laat. Morgen moeten we allemaal vroeg op. We rekenen af en lopen richting de auto. We stappen in en zetten de radio aan. Lichte muziek verandert de sfeer van ons gemoed. De stad uitrijdend, stoppen we nog een keer voor rood.
Terwijl we allemaal stilvallen en de nacht inrijden met onze eigen gedachten, vraag ik me af hoe antilesbisch geweld wel is aan te pakken. Alleen ‘meer aandacht’ is niet genoeg. Chris Crain genereerde nagenoeg geen aandacht voor dit thema. Hoe krijgen we het dan toch op de agenda?
Moeten we weer werkgroepen opzetten om het een issue te maken? Mogen we dan echt niet van instanties als Schorer en het COC verwachten dat ze toch ook eens voor de lesbiennes in de bres springen?
Moeten we alles zelf doen en bedenken, of mogen we verwachten dat die instanties die subsidies ontvangen van de overheid voor het welzijn van homoseksuelen en lesbiennes toch ook eens nadenken over de lesbische kant van een verhaal?
Het is groen, we mogen rijden.
Vanuit de achterste rij van de cirkelvormige opstelling in het Amsterdamse COC luisterde ik met een stel vriendinnen naar de ervaringen van homoseksuele mannen met antihomoseksueel geweld. Doordat presentatrice Tania Barkhuis louter mannen interviewde over dit onderwerp, merkte ik door haar vraag dat antilesbisch geweld niet op de agenda stond.
Een van die mannen was speciaal gaan trainen om zichzelf beter te kunnen gaan verdedigen op straat. Voor talloze meisjes is zelfverdediging sinds jaar en dag een onderdeel van de opvoeding.
Gealarmeerd door die blikvernauwing keek ik eens om me heen. Ons gezelschap was wat vertraagd en belandde daardoor op de achterste ring. De binnenste was totaal bemand en verder naar achteren nam het aantal vrouwen toe. De opstelling stond die avond symbool voor de inhoudelijke agenda: vrouwen kwamen nauwelijks aan bod. Het publiek kwam er ook nauwelijks tussen. De presentatrice stelde enthousiast zelf de vragen, de handen en vingers uit het publiek negerend.
Na een uurtje schatten we zo in dat het van een verbreding van het perspectief op antihomoseksueel geweld wel niet meer zou komen. We zijn Saarein ingestapt voor een biertje om nog eens door te mijmeren over het gegeven dat antihomoseksueel geweld met louter geweld dat mannen overkomt wordt geassocieerd.
Chris Crain, het onlangs geboren icoon van antihomoseksueel geweld, had twee dingen mee. Zijn blauwe ogen en zijn positie als reporter. Fijn dat het antihomoseksuele geweld eens een journalist trof. Dan hoor je er tenminste iets van.
Fantastisch dat Nederlandse lesbiennes in het kader van de International Day against Homophobia de Kiss-in op het Leidseplein organiseerden. Slim bedacht. Daar duiken de media natuurlijk bovenop.
En inderdaad: vanuit de bovenverdieping van Saarein zagen we op het nieuws voornamelijk kussende mannen voorbij komen. Weer een minderheid aan vrouwen. Toegegeven: mijn vriendin en ik stonden er niet tussen. Aanvankelijk wilden we gaan, maar toen de Kiss-in steeds openlijker werd gekoppeld aan moslimfobie voelden we ons er niet meer toe aangetrokken.
Ik herinnerde me ineens ook het optreden van Cohen in Nova direct na de Chris Crain-affaire. Ook daar kwam het antilesbisch geweld niet aan bod. Het ging vooral om geweld op straat. Bovendien ging het vooral om ‘verbeeldbaar geweld.’ Blauwe ogen. Kapotte neuzen. Schedelfracturen. Dat type geweld is gemakkelijk verbeeldbaar. De mensen die het overkomt, durven die blauwe plekken wel te laten zien voor een camera.
Een beurse vagina en een geteisterde ziel doen het minder goed in de verbeelding. Geweld tegen homomannen komt dan centraal te staan. En dat is een gemiste kans.
Het debat waarbij antilesbisch geweld het gezichtsveld moest ruimen, past dus in een teneur waarin moeilijk verbeeldbaar geweld buiten schot blijft. Maar ‘moeilijk verbeeldbaar’ staat toch niet voor ‘onbespreekbaar’, lijkt me dan?
In de jaren negentig was antilesbisch geweld nog een hot issue. Het werd in de gaten gehouden en onderzocht.
In 1994 promoveerde Diana van Oort zelfs op het thema ‘antilesbisch geweld.’ Daarvan is bitter weinig blijven hangen. Toch logen de resultaten er toen niet om. 94% van de 1288 geïnterviewde vrouwen had ervaring met geweld. 56% van dat geweld was gericht tegen hun vrouw- en lesbisch zijn. 36% van dat geweld was alleen op hun lesbisch-zijn gericht. Gemiddeld hebben vrouwen meer ervaring met geweld dan mannen. Als slachtoffer ervan tenminste.
Intimidatie stond op de eerste plaats in Van Oorts proefschrift. Daarin lijkt niets veranderd.
Niet voor niets worden er nog altijd jaarlijks heksennachten, waarbij vrouwen de straat terug eisen, georganiseerd.
Daarna volgden psychologische oorlogsvoering, lichamelijk en seksueel geweld. Of in de frequentie daarin iets is veranderd, is niet te zeggen. De laatste keren dat er onderzoek naar werd gedaan zijn in de jaren negentig geweest. Recente informatie van bijvoorbeeld de website van de Schorerstichting meldt dat vrouwen vaker worden uitgescholden en mannen vaker in elkaar worden geslagen. Op welk onderzoek dat wordt gebaseerd is niet duidelijk.
Het is laat. Morgen moeten we allemaal vroeg op. We rekenen af en lopen richting de auto. We stappen in en zetten de radio aan. Lichte muziek verandert de sfeer van ons gemoed. De stad uitrijdend, stoppen we nog een keer voor rood.
Terwijl we allemaal stilvallen en de nacht inrijden met onze eigen gedachten, vraag ik me af hoe antilesbisch geweld wel is aan te pakken. Alleen ‘meer aandacht’ is niet genoeg. Chris Crain genereerde nagenoeg geen aandacht voor dit thema. Hoe krijgen we het dan toch op de agenda?
Moeten we weer werkgroepen opzetten om het een issue te maken? Mogen we dan echt niet van instanties als Schorer en het COC verwachten dat ze toch ook eens voor de lesbiennes in de bres springen?
Moeten we alles zelf doen en bedenken, of mogen we verwachten dat die instanties die subsidies ontvangen van de overheid voor het welzijn van homoseksuelen en lesbiennes toch ook eens nadenken over de lesbische kant van een verhaal?
Het is groen, we mogen rijden.