Pot-idool
Irene Hemelaar | FemFusion | Column
Gepubliceerd op: 08 juni 2005
‘We’ hebben te weinig lesbische iconen, roept een aantal intellectuele lesbische vrouwen die ervoor hebben geleerd. Kijk naar de homomannen, je hoeft de tv maar aan te zetten en je wordt overspoeld met homo-idolen. Ze hebben hun real life soaps, glamourshows en Kuipconcerten.
Hoe komt het dat er voor de lesbo’s nauwelijks een icoon te vinden is? Een ster waar je fan van kunt zijn, een boegbeeld waar je lesbische ikje zich aan op kan trekken of een lekker wijf waar je je op kunt afdromen?
Ja, het is waar. Het zijn er weinig. Ik moest even diep nadenken voordat ik ze op een rijtje had. En zelfs dan kan ik ze op minder dan één hand tellen. Sugar Lee Hooper, Marianne Weber, Astrid Nijgh en Claudia de Breij.
Voordat je denkt: “En Mathilde Santing dan? Die heeft toch ook veel voor de lesbiennes betekend?” Neen! Uiteraard zijn ‘hasbians’ als Mathilde Santing en hetero’s met een vrije seksuele moraal als Katja Schuurman van deelname uitgesloten.
Hallo, ik ben een lesbische pot die van vrouwen houdt. Ik wil niet nu tot over mijn oren fan worden van een lesbisch icoon die het overmorgen weer met een meneer doet. Duidelijkheid voor alles.
Met deze strenge eis is Claudia de Breij ook een grensgevalletje, bedenk ik mij. Bij de Kiss-In van 17 mei stond ze voor VARA-minnend Nederland met Martijn Krabbé te bekken. Ongetwijfeld goed bedoeld, maar er was weinig lesbisch aan.
Nu moest ik jaren terug een gepassioneerde kus met een man uitwisselen voor een voorstelling. Bij de repetities ging het goed en perfectioneerden we onze neptongzoen tot in de puntjes. Maar bij de eerste try-out duwde hij ineens zijn tong tot mijn huig.
The show must go on, dus speelde ik mijn rol met verve. Ik liet hem begaan, in plaats van te doen wat in mij opkwam. Namelijk de klootzak zo hard als ik kon in zijn tong bijten. Ik denk dat Claudia ook op die manier werd overvallen. Martijn pakte haar frontaal en zij speelde mee.
Voor je het weet, word je als lesbo voor mannenhater uitgemaakt en is het gedaan met je populariteit bij de massa.
Dan hebben we Marianne Weber. Een schat van een mens, goede zangeres, geliefd bij velen. Ze houdt van een vrouw en dat haar relatievorm toevallig de stempel ‘lesbisch’ krijgt, is bijzaak voor haar. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg.
Vanaf mijn vijfde ben ik fan van de vrouw die doet wat ze doet, Astrid Nijgh. Ik hoorde onlangs dat ze lesbomoe is. Niet in de betekenis van het eervolle homomoederschap, maar in de zin van dat ze na decennialang optreden voor lesbo’s, dit beu is geworden. Typisch.
Hoor je ooit een hetero roepen dat hij moe is geworden van het optreden voor een heteropubliek?
En dan is daar nog Sugar Lee Hooper. Voer voor alle roddelbladen. Niet vanwege haar zangkwaliteiten en markante verschijning, maar vanwege de ellende in haar leven met als meest smeuïge item haar huwelijk met de geestelijk zwakke Andrea.
Laten we voorop stellen dat de Nederlandse lesbo’s voor mij niet van het plasmascherm hoeven te vallen. Nee. Maar het zou wel ontzettend leuk zijn om naast Claudia nog enkele frisse verschijningen langs te zien schuiven. Wat mij spontaan op een geweldig programmaformat brengt dat nog nooit eerder is vertoond: Pot-idool.
Gestoeld op Pop-Idol, gaat dit programma op zoek naar het nieuwe lesbische icoon. Laat een aantal lesbo’s met elkaar de strijd aangaan op lesbische kwaliteiten. De winnares, het Pot-Idool, mag zich heugen in een enorme schare lesbo-fans.
Dit nieuwe format zal worden gepresenteerd door een bij heel Nederland goed liggende lesbische vrouw (men moet immers in groten getale gaan sms-en).
Niet te bekend, niet stereotiep aantrekkelijk, redelijk grof gebekt en grappig.
Een vrouw die affiniteit heeft met het thema.
Een vrouw met lang donker haar, lichte ogen en grote tieten.
Een vrouw die altijd lesbisch was en ook zal blijven.
(Ik ben te bereiken via de redactie...)
Hoe komt het dat er voor de lesbo’s nauwelijks een icoon te vinden is? Een ster waar je fan van kunt zijn, een boegbeeld waar je lesbische ikje zich aan op kan trekken of een lekker wijf waar je je op kunt afdromen?
Ja, het is waar. Het zijn er weinig. Ik moest even diep nadenken voordat ik ze op een rijtje had. En zelfs dan kan ik ze op minder dan één hand tellen. Sugar Lee Hooper, Marianne Weber, Astrid Nijgh en Claudia de Breij.
Voordat je denkt: “En Mathilde Santing dan? Die heeft toch ook veel voor de lesbiennes betekend?” Neen! Uiteraard zijn ‘hasbians’ als Mathilde Santing en hetero’s met een vrije seksuele moraal als Katja Schuurman van deelname uitgesloten.
Hallo, ik ben een lesbische pot die van vrouwen houdt. Ik wil niet nu tot over mijn oren fan worden van een lesbisch icoon die het overmorgen weer met een meneer doet. Duidelijkheid voor alles.
Met deze strenge eis is Claudia de Breij ook een grensgevalletje, bedenk ik mij. Bij de Kiss-In van 17 mei stond ze voor VARA-minnend Nederland met Martijn Krabbé te bekken. Ongetwijfeld goed bedoeld, maar er was weinig lesbisch aan.
Nu moest ik jaren terug een gepassioneerde kus met een man uitwisselen voor een voorstelling. Bij de repetities ging het goed en perfectioneerden we onze neptongzoen tot in de puntjes. Maar bij de eerste try-out duwde hij ineens zijn tong tot mijn huig.
The show must go on, dus speelde ik mijn rol met verve. Ik liet hem begaan, in plaats van te doen wat in mij opkwam. Namelijk de klootzak zo hard als ik kon in zijn tong bijten. Ik denk dat Claudia ook op die manier werd overvallen. Martijn pakte haar frontaal en zij speelde mee.
Voor je het weet, word je als lesbo voor mannenhater uitgemaakt en is het gedaan met je populariteit bij de massa.
Dan hebben we Marianne Weber. Een schat van een mens, goede zangeres, geliefd bij velen. Ze houdt van een vrouw en dat haar relatievorm toevallig de stempel ‘lesbisch’ krijgt, is bijzaak voor haar. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg.
Vanaf mijn vijfde ben ik fan van de vrouw die doet wat ze doet, Astrid Nijgh. Ik hoorde onlangs dat ze lesbomoe is. Niet in de betekenis van het eervolle homomoederschap, maar in de zin van dat ze na decennialang optreden voor lesbo’s, dit beu is geworden. Typisch.
Hoor je ooit een hetero roepen dat hij moe is geworden van het optreden voor een heteropubliek?
En dan is daar nog Sugar Lee Hooper. Voer voor alle roddelbladen. Niet vanwege haar zangkwaliteiten en markante verschijning, maar vanwege de ellende in haar leven met als meest smeuïge item haar huwelijk met de geestelijk zwakke Andrea.
Laten we voorop stellen dat de Nederlandse lesbo’s voor mij niet van het plasmascherm hoeven te vallen. Nee. Maar het zou wel ontzettend leuk zijn om naast Claudia nog enkele frisse verschijningen langs te zien schuiven. Wat mij spontaan op een geweldig programmaformat brengt dat nog nooit eerder is vertoond: Pot-idool.
Gestoeld op Pop-Idol, gaat dit programma op zoek naar het nieuwe lesbische icoon. Laat een aantal lesbo’s met elkaar de strijd aangaan op lesbische kwaliteiten. De winnares, het Pot-Idool, mag zich heugen in een enorme schare lesbo-fans.
Dit nieuwe format zal worden gepresenteerd door een bij heel Nederland goed liggende lesbische vrouw (men moet immers in groten getale gaan sms-en).
Niet te bekend, niet stereotiep aantrekkelijk, redelijk grof gebekt en grappig.
Een vrouw die affiniteit heeft met het thema.
Een vrouw met lang donker haar, lichte ogen en grote tieten.
Een vrouw die altijd lesbisch was en ook zal blijven.
(Ik ben te bereiken via de redactie...)