Homologie

Deel 1: Het Homomonument

Gepubliceerd op: 25 maart 2005

Homologie
Iedereen kent het Homomonument en toch weten relatief weinig mensen wat het nu precies is. Waarom bestaat er een monument voor homo’s? En wat is eigenlijk de functie van zo’n gedenkteken?

Het homomonument werd in 1987 opgericht door Stichting Homomonument als symbool voor mannen en vrouwen die uit willen komen voor hun homoseksualiteit. Het  moet hen daarin steunen en inspireren in de strijd tegen onderdrukking, ontkenning en discriminatie. Daarnaast fungeert het monument als gedenkteken, voor iedereen die in het verleden werd geconfronteerd met onderdrukking en zelfs vervolging op grond van homoseksualiteit.
 
Het initiatief
Het initiatief voor een dergelijk gedenkteken stamt uit 1979 en komt van Bob van Schijndel, destijds lid van de PSP-homogroep die was opgericht in 1978, als samenvoeging van het Flikkerfront en de Rooie Flikkers. Hij opperde het idee om een monument voor homo’s op te richten.
 
Van Schijndel schreef, na een nachtelijke ingeving, een brief aan burgemeester Polak van Amsterdam, waarin hij hem vroeg om in navolging van het monument voor zigeuners die in nazi-concentratiekampen zijn vermoord, een monument voor homoslachtoffers op te richten.

“Om de herdenking van de tweehonderdduizend homoslachtoffers levend te houden in een tijd waarin nog steeds homo’s gebukt gaan onder fascistische regimes in de wereld en de conservatieve hoek in Nederland.” Van Schijndel en de PSP-homogroep kregen hiervoor brede steun van ’s lands bekendste homobelangenvereniging COC en de lesbische beweging Groep 7152.
 
De geschiedenis
Aanvankelijk werd in de jaren na de oorlog voornamelijk gepubliceerd over de vele joodse slachtoffers ten tijden van het nazi-regime. Pas later, halverwege de jaren zeventig, kreeg ook de homovervolging serieus aandacht. Homomannen en vrouwen die in concentratiekampen zaten, werden opgehangen, gemarteld en verkracht. Ruim 90 procent van de homoseksuelen in de kampen overleefde de oorlog niet.
 
In de bezettingsjaren stond op het hebben van een homoseksuele relatie een gevangenisstraf van vier jaar, terwijl in Nederland sinds 1811 homoseksuele handelingen tussen meerderjarigen niet meer strafbaar werd gesteld. Tussen 1911 en 1971 bestond echter wel het artikel 248-bis, dat homoseksuele handelingen tussen meerder- en minderjarigen als strafbaar bestempelde. In die tijd was je pas meerderjarig als je 21 was.
 
Na de oorlog bloeide de georganiseerde homobeweging COC weer op. Het COC komt voort uit het vooroorlogse NWHK van Schorer, dat door de Duitsers verboden werd. De eerste gedachten aan een monument voor homoseksuele oorlogsslachtoffers kwamen dan ook uit die hoek. In 1961 opperde Jef Last, die onder het pseudoniem Ohira schreef voor het Cocablad Vriendschap, voor het eerst om een monument voor onbekende homo’s op te richten. “Voor hen die doorgeranseld of uitgehongerd zijn of op andere wijze bezweken. Voor de onbekende homofiel brandt geen vlam”.
 
Stichting Homomonument
Het zou nog ruim twintig jaar duren voor het idee vaste vormen aannam. De ingeving van Van Schijndel bleek geen idealistisch proefballonnetje, maar leidde op 2 mei 1979 tot concrete actie. De PSP-homogroep riep de gemeenteraad op een plek aan te wijzen voor een homomonument. Daartegen bestond een aantal bezwaren, maar het voorstel werd niet meteen van tafel geveegd.
 
In dat jaar werd Stichting Homomonument opgericht, die onder andere bestond uit Peter Dros (PSP); Bob van Schijndel (PSP), Arie Slob (CDA), Willemien Ruijgrok (PvdA), Hein Verkerk (CPN), Pieter Koenders, Benno Premsela (oud-voorzitter van het COC), Menne Vellinga, en Anne Lize van der Stoel (VVD), de latere voorzitter van het stadsdeel Amsterdam Centrum. De stichting sloeg vervolgens aan het lobbyen, bellen, schrijven van brieven, liet zich adviseren door een professionele lobbyist, opereerde politiek breed en toch listig en zette zich in voor het organiseren van benefieten.
 
Er werd een prijsvraag uitgeschreven en een jury samengesteld, die erop moest toezien dat het monument een levend monument zou worden in het hart van Amsterdam en in geen geval  ‘zieligheid op een sokkeltje’.
 
Het ontwerp en de symboliek
De jury koos in 1981 unaniem voor het concept van kunstenares Karin Daan. Het ontwerp bestaat uit drie roze driehoeken van natuursteen, die gezamenlijk een grote driehoek vormen. De roze driehoek was het teken dat homoseksuelen op hun kleding moesten dragen in de concentratiekampen, zoals de Joden de Davidsster moesten aanbrengen.
 
De driehoeken vertegenwoordigen het verleden, heden en toekomst.
De tekstdriehoek, die als gedenkteken naar het verleden verwijst, bevat de dichtregel "NAAR VRIENDSCHAP ZULK EEN MATELOOS VERLANGEN" van Jacob Israël de Haan.
De ‘waterdriehoek’, het heden, symboliseert een rustpunt.
De ‘podiumdriehoek’ wordt gebruikt tijdens evenementen. Deze staat voor de toekomst, als opstapje naar een beter vooruitzicht.

De driehoeken wijzen achtereenvolgens naar het Anne Frank Huis, het bevrijdingsmonument op de Dam en naar het hoofdkantoor van het COC. Een bewuste keuze om nog maar eens te benadrukken waarom en tegen welke achtergrond het monument is opgericht.
 
De financiën
Het heeft acht jaar geduurd voor de benodigde 400.000 gulden bij elkaar verdiend was. Een deel van het geld was afkomstig van giften van particulieren en homo-organisaties. Het andere deel kwam uit de opbrengsten van enkele benefietfeesten in onder meer Paradiso. 

Helaas brachten de benefietfeesten niet altijd voldoende op en subsidieaanvragen werden aanvankelijk steeds afgewezen door minister Brinkman, provincies en bedrijven. De gemeente Amsterdam kwam als eerste over de brug. Later droeg ook de provincie Noord-Holland financieel bij aan het realiseren van een monument voor homo’s.
 
Als de Tweede Kamer uiteindelijk een bedrag van 100.000 gulden ter beschikking stelt, waarbij de voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Eegje Schoo een belangrijke rol heeft gespeeld, staat niets de bouw van het monument meer in de weg. Op 5 september 1987 wordt het officieel onthuld en in gebruik genomen.
 
Mijlpaal
Stond voor Bob van Schijndel en het COC de herdenking van de homovervolging centraal, anderen hadden de opvatting dat de betekenis van het homomonument veel meer was dan slechts de herinnering aan oorlogsleed. Of zoals Martien Diemer, namens de PvdA in het stichtingbestuur, al eens treffend zei: “Als je middenin het monument gaat staan, zie je niet wat het precies voorstelt. Pas op enige afstand wordt het grote verband, de drie driehoeken, zichtbaar. Het is wat dat betreft een prachtig symbool van de positie van homoseksuelen in de samenleving.”
 
Het homomonument is een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van de homoseksualiteit in Nederland, maar ook in het buitenland. Het is het enige homomonument ter wereld.
Behalve het gros van de hetero’s hebben vandaag de dag ook veel jonge homoseksuelen geen idee van de betekenis en de achtergrond ervan.
Anne Lize van der Stoel zei eerder al eens: “Het lijkt soms alsof de huidige jongere homogeneratie zich niet realiseert dat aan de vrijheid zoals zij die tegenwoordig kennen een lange strijd vooraf is gegaan. Dat acceptatie van homoseksualiteit niet  vanzelfsprekend is. Ook vandaag de dag nog vechten velen tegen vooroordelen en discriminatie.”
 
Ode aan een jonge visser
Wie nieuwsgierig is naar een uitgebreide uiteenzetting over het ontstaan van het homomonument, raden we aan het boek Dansen op het Homomonument van Thijs Bartels te lezen. Zijn boek geldt als een bijzonder naslagwerk en brengt de geschiedenis en de betekenis van dit gedenkteken uitgebreid in kaart.

Hieronder het volledige gedicht van Jacob Israël de Haan:
 
Aan eenen jongen visscher

Rozen zijn niet zoo schoon als uwe wangen,
Tulpen niet als uw bloote voeten teer,
En in geen oogen las ik immer meer
Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.

Achter ons was de eeuwigheid van de zee,
Boven ons bleekte grijs de eeuwige lucht,
Aan ‘t eenzaam strand dwaalden alleen wij twee,
Er was geen ander dan het zeegerucht.

Laatste dag samen, ik ging naar mijn Stad.
Gij vaart en vischt tevreden, ik dwaal rond
En vind in stad noch stiller landstreek wijk

Ik ben zóó moede, ik heb veel liefgehad.
Vergeef mij veel, vraag niet wat ik weerstond
En bid dat ik nooit voor uw schoon bezwijk

Jacob Israël de Haan (1881-1924)
 
 
Bron: Dansen op het homomonument, Thijs Bartels
 
Met dank aan: Menne Vellinga, Maurice Driessens en Anne Lize van der Stoel

Inhoudelijke begeleiding: prof. dr. Rob Tielman.
 
 
Copyright foto's: Menne Vellinga

 
Homologie nieuwe stijl
Homologie vormt de basis van de 'homokunde'. Een rubriek waarin eindelijk feiten van belangrijke factoren uit de Nederlandse homowereld samengevat worden.
 
Om een tip van de sluier op te lichten: de nieuwe serie zal vooral in gaan op aspecten van ‘Het Nederlandse Roze Rijk’ (lees: de 'gayscene') die iedereen al kent, maar waar niet iedereen álles van weet. We gaan achter de details aan.

Daarmee zullen items volgen die simpelweg waardevol zijn: digitale naslagwerken. RozeRijk.nl gaat vanuit haar positie als website van de Nederlandse Publieke Omroep haar bijdrage leveren aan de beeldvorming van homoseksuelen in de samenleving. Objectief, waar nodig kritisch en zo informatief mogelijk.