'Hey, vieze homo!'
Meldpunt Alledaagse Discriminatie in Maastricht van start
Gepubliceerd op: 19 februari 2005
Vrijdag 18 februari lanceerde COC Zuid-Limburg het Meldpunt Alledaagse Discriminatie (MAD) in Maastricht. Mensen kunnen hier melding maken van ‘alledaagse’ discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Hoe vreemd het ook klinkt: de initiatiefnemers hopen op veel meldingen.
Woordvoerder van COC Zuid-Limburg, Gerdo van Grootheerst, licht de totstandkoming en de noodzaak van het MAD toe: “We weten allemaal dat ‘kleine’ discriminatie voorkomt. Er wordt een heleboel geroepen. Door de meldingen bij het MAD kunnen we deze discriminatie in kaart brengen.”
Bereikbaarheid en haalbaarheid
Mensen zullen hun melding voor het MAD ook via internet in kunnen dienen. Een groot voordeel, denkt Van Grootheerst: “Het internet is laagdrempelig. Mensen kunnen thuis het formulier invullen.” Mensen zonder internet worden niet gediscrimineerd. “Voor mensen die geen internet hebben is er de mogelijkheid een meldingsformulier in te vullen.”
Het MAD heeft een proeftijd van een jaar. Daarna zal worden gekeken of het project succesvol genoeg is geweest om er een gevolg aan te geven.
Discriminatie-database
De Maastrichtse wethouder Jacques Costongs was uiterst positief. “Het is een fantastische database, als ik het zo mag zeggen. We kunnen zo alledaagse problemen in kaart brengen”. Met een druk op de muisknop opende de wethouder het eerste digitale versie van het meldingsformulier.
Nageroepen op straat
COC bestuurslid Wilfred van Dellen was de eerste die een meldingsformulier in mocht vullen. Voordat hij het formulier invulde vertelde hij ter illustratie twee herkenbare verhalen uit eigen ervaring.
“Ik merkte de discriminatie vooral toen ik weer een vriend kreeg. We gingen kerstinkopen doen, hier in Maastricht, en het regende. We liepen samen onder een paraplu en opeens hoorden we: ‘Hé vuile homo’s’. Ik had de neiging me om te draaien en die man een dreun te geven. Mijn vriend zei toen: ‘Laat toch’. Die man riep vervolgens nogmaals: ‘Hé vuile homo’s’.”
Aangesproken op vervelende manier
Een voorbeeld dat velen wel zullen kennen, maar Van Dellen noemt nog een ander voorbeeld. Zijn tweede ervaring was heel ergens anders, in een snackbar in Rotterdam.
“We zaten daar gewoon te eten toen er twee jongens op ons af kwamen en er een vroeg: ‘Die vriend van mij wil weten of jullie homo zijn’. Vervolgens stelden ze allemaal intieme vragen over ons seksleven. Maar waar ik het meest bang voor was, is dat je niet weet wat je te wachten staat. Het gaat om angst. Ik bekijk nu per situatie hoe ik met mijn vriend om ga. Om je heen kijken is dus het gevolg. Je verandert je eigen gedrag." En dat soort problemen zijn precies het pakkie-an van het meldpunt.
Na jaren een hele beerput
Het nieuwe meldpunt wil een aanvulling zijn op reeds bestaande meldpunten en benadrukt dan ook vooral de samenwerking met onder meer Bureau Discriminatiezaken Limburg Zuid.
Stafmedewerker van dat bureau, Franca Cobben: “We krijgen per jaar zo’n 250 meldingen binnen. Ongeveer 25 hiervan zijn om seksuele gerichtheid. Het komt ook voor dat mensen na jaren eindelijk hun verhaal doen en dan een hele beerput opentrekken. Helaas zeggen ze dan ook vaak dat ze niet willen dat er verder iets mee gebeurt."
Vrijheid van meningsuiting of discriminatie?
Het MAD betekent echter voor Cobben ook een uitbreiding van de bestaande mogelijkheden. "Als Bureau Discriminatiezaken krijgen we vaak te maken met een grijs gebied. Ik bedoel daarmee de uitingen die gedaan worden op grond van de vrijheid van meningsuiting. Wij kunnen, naast luisteren, vaak niets met deze meldingen. Door het MAD kunnen we nu ook deze meldingen in kaart brengen”.
Cobben benadrukt dat het ook heel belangrijk is om na een ervaring je verhaal te doen. “Het is belangrijk dat mensen naar je luisteren en misschien je verhaal erkennen. Ik kan me goed voorstellen dat het voor een homoseksueel fijn is om met een homoseksueel te praten over gebeurtenissen”.
Kleine klachten worden groter
De bijeenkomst liet vooral duidelijk zien dat er meer discriminatie is dan dat mensen denken. Het probleem schuilt veelal in het feit dat mensen er geen werk van maken. Bij het bestuur van COC Zuid Limburg blijken echter al genoeg ervaringen te zijn om basis voor het MAD te leggen.
COC bestuurslid Corina Karstenberg werd zelf al 10 jaar geleden geconfronteerd met homodiscriminatie. “Vrienden van me, die homo zijn, zijn toen zomaar in elkaar geslagen. We hebben toen wel aangifte gedaan bij de politie maar er is nooit iets mee gedaan”.
Ze is dan ook heel blij met het meldpunt. “Er moeten ook scheldpartijen en kleine voorvallen gemeld kunnen worden. Kleine dingen kunnen groter worden”.
Het meldpunt is te vinden via de website van COC Zuid Limburg en de website van het Bureau Discriminatiezaken Limburg Zuid (zie de links hiernaast). Download de originele uitnodiging van COC Zuid Limburg voor meer informatie.
Woordvoerder van COC Zuid-Limburg, Gerdo van Grootheerst, licht de totstandkoming en de noodzaak van het MAD toe: “We weten allemaal dat ‘kleine’ discriminatie voorkomt. Er wordt een heleboel geroepen. Door de meldingen bij het MAD kunnen we deze discriminatie in kaart brengen.”
Bereikbaarheid en haalbaarheid
Mensen zullen hun melding voor het MAD ook via internet in kunnen dienen. Een groot voordeel, denkt Van Grootheerst: “Het internet is laagdrempelig. Mensen kunnen thuis het formulier invullen.” Mensen zonder internet worden niet gediscrimineerd. “Voor mensen die geen internet hebben is er de mogelijkheid een meldingsformulier in te vullen.”
Het MAD heeft een proeftijd van een jaar. Daarna zal worden gekeken of het project succesvol genoeg is geweest om er een gevolg aan te geven.
Discriminatie-database
De Maastrichtse wethouder Jacques Costongs was uiterst positief. “Het is een fantastische database, als ik het zo mag zeggen. We kunnen zo alledaagse problemen in kaart brengen”. Met een druk op de muisknop opende de wethouder het eerste digitale versie van het meldingsformulier.
Nageroepen op straat
COC bestuurslid Wilfred van Dellen was de eerste die een meldingsformulier in mocht vullen. Voordat hij het formulier invulde vertelde hij ter illustratie twee herkenbare verhalen uit eigen ervaring.
“Ik merkte de discriminatie vooral toen ik weer een vriend kreeg. We gingen kerstinkopen doen, hier in Maastricht, en het regende. We liepen samen onder een paraplu en opeens hoorden we: ‘Hé vuile homo’s’. Ik had de neiging me om te draaien en die man een dreun te geven. Mijn vriend zei toen: ‘Laat toch’. Die man riep vervolgens nogmaals: ‘Hé vuile homo’s’.”
Aangesproken op vervelende manier
Een voorbeeld dat velen wel zullen kennen, maar Van Dellen noemt nog een ander voorbeeld. Zijn tweede ervaring was heel ergens anders, in een snackbar in Rotterdam.
“We zaten daar gewoon te eten toen er twee jongens op ons af kwamen en er een vroeg: ‘Die vriend van mij wil weten of jullie homo zijn’. Vervolgens stelden ze allemaal intieme vragen over ons seksleven. Maar waar ik het meest bang voor was, is dat je niet weet wat je te wachten staat. Het gaat om angst. Ik bekijk nu per situatie hoe ik met mijn vriend om ga. Om je heen kijken is dus het gevolg. Je verandert je eigen gedrag." En dat soort problemen zijn precies het pakkie-an van het meldpunt.
Na jaren een hele beerput
Het nieuwe meldpunt wil een aanvulling zijn op reeds bestaande meldpunten en benadrukt dan ook vooral de samenwerking met onder meer Bureau Discriminatiezaken Limburg Zuid.
Stafmedewerker van dat bureau, Franca Cobben: “We krijgen per jaar zo’n 250 meldingen binnen. Ongeveer 25 hiervan zijn om seksuele gerichtheid. Het komt ook voor dat mensen na jaren eindelijk hun verhaal doen en dan een hele beerput opentrekken. Helaas zeggen ze dan ook vaak dat ze niet willen dat er verder iets mee gebeurt."
Vrijheid van meningsuiting of discriminatie?
Het MAD betekent echter voor Cobben ook een uitbreiding van de bestaande mogelijkheden. "Als Bureau Discriminatiezaken krijgen we vaak te maken met een grijs gebied. Ik bedoel daarmee de uitingen die gedaan worden op grond van de vrijheid van meningsuiting. Wij kunnen, naast luisteren, vaak niets met deze meldingen. Door het MAD kunnen we nu ook deze meldingen in kaart brengen”.
Cobben benadrukt dat het ook heel belangrijk is om na een ervaring je verhaal te doen. “Het is belangrijk dat mensen naar je luisteren en misschien je verhaal erkennen. Ik kan me goed voorstellen dat het voor een homoseksueel fijn is om met een homoseksueel te praten over gebeurtenissen”.
Kleine klachten worden groter
De bijeenkomst liet vooral duidelijk zien dat er meer discriminatie is dan dat mensen denken. Het probleem schuilt veelal in het feit dat mensen er geen werk van maken. Bij het bestuur van COC Zuid Limburg blijken echter al genoeg ervaringen te zijn om basis voor het MAD te leggen.
COC bestuurslid Corina Karstenberg werd zelf al 10 jaar geleden geconfronteerd met homodiscriminatie. “Vrienden van me, die homo zijn, zijn toen zomaar in elkaar geslagen. We hebben toen wel aangifte gedaan bij de politie maar er is nooit iets mee gedaan”.
Ze is dan ook heel blij met het meldpunt. “Er moeten ook scheldpartijen en kleine voorvallen gemeld kunnen worden. Kleine dingen kunnen groter worden”.
Het meldpunt is te vinden via de website van COC Zuid Limburg en de website van het Bureau Discriminatiezaken Limburg Zuid (zie de links hiernaast). Download de originele uitnodiging van COC Zuid Limburg voor meer informatie.