Gert Hekma: Publiek moet ruimte krijgen voor seks
Themabijeenkomst: 'waar niemand zijn/haar vingers aan brandt'
Gepubliceerd op: 01 december 2004
Vier dozijn belangstellenden waren - onder het motto ‘Waar niemand zijn/haar vingers aan brandt’ - aanwezig tijdens een themabijeenkomst van RozeLinks, de werkgroep seksuele diversiteit van GroenLinks.
Te gast was Gert Hekma (1951), auteur van het pas verschenen boek ‘Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd’. Naar aanleiding van zijn boek werd bekeken wat de stand van zaken is als het op seksuele diversiteit in de maatschappij aankomt. Hekma's taak leek het vooral om shockerende stellingen uit zijn magische hoed te toveren. Stellingen die echter met fluwelen handschoentjes behandeld werden door de aanwezigen.
Seksueel burgerschap
Hekma sprak in het pand van Groenlinks aan de Oudegracht in Utrecht onder meer over de onvoltooide acceptatie van homoseksuelen, een seksueel burgerschap en het afschaffen van een seksueel actieve leeftijdsgrens.
Hij onderbouwde zijn meningen en stellingen veelal met historische gegevens. Tegelijkertijd zette hij zich af tegen het verleden. “We moeten af van die vastgeroeste denkbeelden. We moeten niet stilstaan bij de vraag waar homoseksualiteit vandaan komt. We moeten bedenken hoe we homoseksualiteit gaan vormgeven”.
Iedereen is een seksuele burger
Als het gaat om seks beperkt Hekma zich niet alleen tot homo’s. Hij sprak dan ook over ‘seksueel burgerschap’. En met iedereen bedoelde hij íedereen, inclusief kinderen.
“Mensen zijn bang voor seks. Ik was zelf een slet in de jaren ’70. Nederland had een rijke seksuele cultuur. Na de opkomst van Aids werden homo’s bang en nam deze cultuur sterk af. Ik hoop dat het weer opkomt”, zei Hekma.
Hekma probeerde duidelijk te maken dat we af moeten van het hokjesdenken. Niet homo/hetero- of man/vrouw-denken, maar denken aan seksueel burgerschap dus. Iedereen in Nederland moet zelf kunnen beslissen over zijn haar seksualiteit: álles moet kunnen. Na zijn inleiding ging hij in debat met een panel en het publiek.
Seks in publieke ruimte
Hekma: “De publieke ruimte is voor iedereen. Er wordt door verschillende groepen gebruik van gemaakt. Sporten, picknicken, wandelen… maar seks: ho maar. Er zijn wel publieke ruimtes voor homoseksuelen maar die worden steeds discutabeler. Mensen zijn bang voor seks. Mensen zien seks als een privé-zaak dat achter gesloten deuren moet plaatsvinden. Maar veel zaken uit het dagelijkse leven hebben met seksualiteit te maken. Het is een essentiële discussie. Neem bijvoorbeeld Theo van Gogh. Mensen vielen over hem omdat hij moslims geitenneukers noemde en de profeet een pooier. Een ander voorbeeld is de hele affaire Oudkerk. Seks is overal."
Dat was nog niet alles. Hekma ergert zich aan het feit dat homoseksualiteit volgens hem nog steeds niet geaccepteerd wordt in de maatschappij. "De maatschappij heeft heteronormen en hoe manifesteer je jezelf daarin als homoseksueel? Homoseksualiteit mag wel, maar dan wel in de slaapkamer. Terwijl die hetero’s ons lastig vallen met hun bachelorparty’s en weet ik veel wat. Homoseksualiteit wordt nauwelijks toegestaan in de publieke ruimte.”
Knuffelen en zoenen
Hekma pleitte voor meer ruimte in de publieke sfeer waar seks is toegestaan. Panellid Rebecca van der Schaft (SP lid, die nog niet weet wat haar seksuele identiteit is) was het hier gedeeltelijk mee eens. “Het zou goed zijn voor de maatschappelijke acceptatie als homo’s knuffelen en zoenen met elkaar, maar er zijn wel grenzen. Ik hoef geen blote kont te zien als ik op straat loop. Dan huur ik wel een film of zo.”
Ook panellid Inge Holtman was het niet eens met Hekma. “Het zal homoacceptatie eerder niet ten goede komen dan wel”. Hekma was echter niet te vermurwen. Volgens hem zouden mensen, als ze het maar vaak genoeg zien, er uiteindelijk wel aan wennen.
Geen leeftijdgrens voor actief seksueel
Hekma pleitte voor het afschaffen van de leeftijdsgrens voor seksuele handelingen. Die ligt nu op 16 jaar. Niet zo lang geleden was dat nog 12 jaar. Deze grens werd verhoogd en bijna unaniem gesteund door de Tweede Kamer.
Hekma zei daar niets van te begrijpen. Nu mogen mensen wettelijk vanaf 16 jaar seksueel actief zijn. Als twee 13-jarigen met elkaar het bed delen zijn ze beide strafbaar. Hekma: “Een kind heeft vanaf zeer jonge leeftijd seksuele gevoelens. Daar is niets mis mee”. Rebecca van de Schaft sprak hem wederom tegen: “Een kind moet ook kind kunnen zijn, en hoe kan een kind weten wat die gevoelens zijn. Misschien voelt een kind zich later wel misbruikt”.
Pedofilie?
Volgens Hekma speelt de maatschappij hier een grote rol in. “Als iedereen zegt dat iets fout en slecht is ga je dat vanzelf ook geloven. Stel dat niemand daar slecht over zou spreken”. Hekma kreeg steun van verschillende (vooral rond zijn geboortejaar op de wereld gezet zijnde) mannen. Opvallend was dat niemand hard inging tegen Hekma of zijn standpunten in twijfel trok. Heel even viel het woord pedofilie. Hekma “Ik heb het niet over misbruik, maar over vrijwillige seks”.
“Maar kan een kind dat onderscheid maken?”, vroeg Inge Holtman zich af. Bjorn van Roosendaal (werkt onder meer bij het COC) vond dit vooral een moeilijk punt omdat hij bij het COC soms te maken krijgt met jongens van 14 jaar die met hun seksualiteit worstelen. Hij mag hen niet helpen. Maar waar gaan ze de hulp of informatie dan zoeken?
Gezeur over dialoog
Hekma was teleurgesteld in sommige reacties van jongeren. “Dat gezeur over dialoog. Door je alsmaar aan te passen bereik je niets. We moeten op onze strepen gaan staan. We moeten niet bang zijn”.
Ondanks de teleurstelling vermaakte Hekma zich prima. Hij had dan ook gesproken over zijn boek en standpunten. Verder was het een vrij makke bijeenkomst. Het opvallendste aan deze bijeenkomst, met als motto ‘Waar niemand zijn/haar vingers aan brandt’, was dat niemand zich brandde aan Hekma’s standpunten.
Te gast was Gert Hekma (1951), auteur van het pas verschenen boek ‘Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd’. Naar aanleiding van zijn boek werd bekeken wat de stand van zaken is als het op seksuele diversiteit in de maatschappij aankomt. Hekma's taak leek het vooral om shockerende stellingen uit zijn magische hoed te toveren. Stellingen die echter met fluwelen handschoentjes behandeld werden door de aanwezigen.
Seksueel burgerschap
Hekma sprak in het pand van Groenlinks aan de Oudegracht in Utrecht onder meer over de onvoltooide acceptatie van homoseksuelen, een seksueel burgerschap en het afschaffen van een seksueel actieve leeftijdsgrens.
Hij onderbouwde zijn meningen en stellingen veelal met historische gegevens. Tegelijkertijd zette hij zich af tegen het verleden. “We moeten af van die vastgeroeste denkbeelden. We moeten niet stilstaan bij de vraag waar homoseksualiteit vandaan komt. We moeten bedenken hoe we homoseksualiteit gaan vormgeven”.
Iedereen is een seksuele burger
Als het gaat om seks beperkt Hekma zich niet alleen tot homo’s. Hij sprak dan ook over ‘seksueel burgerschap’. En met iedereen bedoelde hij íedereen, inclusief kinderen.
“Mensen zijn bang voor seks. Ik was zelf een slet in de jaren ’70. Nederland had een rijke seksuele cultuur. Na de opkomst van Aids werden homo’s bang en nam deze cultuur sterk af. Ik hoop dat het weer opkomt”, zei Hekma.
Hekma probeerde duidelijk te maken dat we af moeten van het hokjesdenken. Niet homo/hetero- of man/vrouw-denken, maar denken aan seksueel burgerschap dus. Iedereen in Nederland moet zelf kunnen beslissen over zijn haar seksualiteit: álles moet kunnen. Na zijn inleiding ging hij in debat met een panel en het publiek.
Seks in publieke ruimte
Hekma: “De publieke ruimte is voor iedereen. Er wordt door verschillende groepen gebruik van gemaakt. Sporten, picknicken, wandelen… maar seks: ho maar. Er zijn wel publieke ruimtes voor homoseksuelen maar die worden steeds discutabeler. Mensen zijn bang voor seks. Mensen zien seks als een privé-zaak dat achter gesloten deuren moet plaatsvinden. Maar veel zaken uit het dagelijkse leven hebben met seksualiteit te maken. Het is een essentiële discussie. Neem bijvoorbeeld Theo van Gogh. Mensen vielen over hem omdat hij moslims geitenneukers noemde en de profeet een pooier. Een ander voorbeeld is de hele affaire Oudkerk. Seks is overal."
Dat was nog niet alles. Hekma ergert zich aan het feit dat homoseksualiteit volgens hem nog steeds niet geaccepteerd wordt in de maatschappij. "De maatschappij heeft heteronormen en hoe manifesteer je jezelf daarin als homoseksueel? Homoseksualiteit mag wel, maar dan wel in de slaapkamer. Terwijl die hetero’s ons lastig vallen met hun bachelorparty’s en weet ik veel wat. Homoseksualiteit wordt nauwelijks toegestaan in de publieke ruimte.”
Knuffelen en zoenen
Hekma pleitte voor meer ruimte in de publieke sfeer waar seks is toegestaan. Panellid Rebecca van der Schaft (SP lid, die nog niet weet wat haar seksuele identiteit is) was het hier gedeeltelijk mee eens. “Het zou goed zijn voor de maatschappelijke acceptatie als homo’s knuffelen en zoenen met elkaar, maar er zijn wel grenzen. Ik hoef geen blote kont te zien als ik op straat loop. Dan huur ik wel een film of zo.”
Ook panellid Inge Holtman was het niet eens met Hekma. “Het zal homoacceptatie eerder niet ten goede komen dan wel”. Hekma was echter niet te vermurwen. Volgens hem zouden mensen, als ze het maar vaak genoeg zien, er uiteindelijk wel aan wennen.
Geen leeftijdgrens voor actief seksueel
Hekma pleitte voor het afschaffen van de leeftijdsgrens voor seksuele handelingen. Die ligt nu op 16 jaar. Niet zo lang geleden was dat nog 12 jaar. Deze grens werd verhoogd en bijna unaniem gesteund door de Tweede Kamer.
Hekma zei daar niets van te begrijpen. Nu mogen mensen wettelijk vanaf 16 jaar seksueel actief zijn. Als twee 13-jarigen met elkaar het bed delen zijn ze beide strafbaar. Hekma: “Een kind heeft vanaf zeer jonge leeftijd seksuele gevoelens. Daar is niets mis mee”. Rebecca van de Schaft sprak hem wederom tegen: “Een kind moet ook kind kunnen zijn, en hoe kan een kind weten wat die gevoelens zijn. Misschien voelt een kind zich later wel misbruikt”.
Pedofilie?
Volgens Hekma speelt de maatschappij hier een grote rol in. “Als iedereen zegt dat iets fout en slecht is ga je dat vanzelf ook geloven. Stel dat niemand daar slecht over zou spreken”. Hekma kreeg steun van verschillende (vooral rond zijn geboortejaar op de wereld gezet zijnde) mannen. Opvallend was dat niemand hard inging tegen Hekma of zijn standpunten in twijfel trok. Heel even viel het woord pedofilie. Hekma “Ik heb het niet over misbruik, maar over vrijwillige seks”.
“Maar kan een kind dat onderscheid maken?”, vroeg Inge Holtman zich af. Bjorn van Roosendaal (werkt onder meer bij het COC) vond dit vooral een moeilijk punt omdat hij bij het COC soms te maken krijgt met jongens van 14 jaar die met hun seksualiteit worstelen. Hij mag hen niet helpen. Maar waar gaan ze de hulp of informatie dan zoeken?
Gezeur over dialoog
Hekma was teleurgesteld in sommige reacties van jongeren. “Dat gezeur over dialoog. Door je alsmaar aan te passen bereik je niets. We moeten op onze strepen gaan staan. We moeten niet bang zijn”.
Ondanks de teleurstelling vermaakte Hekma zich prima. Hij had dan ook gesproken over zijn boek en standpunten. Verder was het een vrij makke bijeenkomst. Het opvallendste aan deze bijeenkomst, met als motto ‘Waar niemand zijn/haar vingers aan brandt’, was dat niemand zich brandde aan Hekma’s standpunten.