Spoedcursus: zes vooroordelen over Aids
Rob Tielman | Column
Gepubliceerd op: 30 november 2004
Na ruim twintig jaar bestrijding van Aids blijken nog steeds allerlei vooroordelen over deze ziekte te bestaan. Dat is een goede reden om een aantal misvattingen op een rijtje te zetten en te weerleggen.
1) Aids komt vooral bij homo’s voor.
Het virus wordt overgedragen door bloed-bloed en sperma-bloed contacten en trekt zich niets aan van iemands seksuele voorkeur. Wereldwijd komt Aids hoofdzakelijk voor onder hetero’s. In Nederland vielen in het begin vooral slachtoffers onder mannen die seks hebben met mannen maar het aantal besmette hetero’s is ook hier aan het stijgen.
2) Aids kan genezen worden.
Er zijn sinds een aantal jaren medicijnen die de ontwikkeling van de ziekte in veel gevallen kunnen afremmen maar genezen doen die medicijnen niet. Er is nog altijd een risico dat de bestaande medicijnen niet aanslaan, uitgewerkt raken of slecht uitpakken voor de gezondheid. Omdat deze medicijnen heel duur zijn, gaan de meeste mensen met Aids in de wereld nog altijd aan deze ziekte dood.
3) Aids-patiënten kun je herkennen.
De meeste mensen met HIV, het virus dat Aids veroorzaakt, zijn niet te herkennen. Veel mensen met HIV weten niet dat zij het virus dragen en verder kunnen verspreiden. Het is daarom noodzakelijk om altijd veilig te vrijen en nooit af te gaan op uiterlijke schijn.
4) Aids-verspreiders zijn criminelen.
HIV kan niet verspreid worden als iedereen zichzelf beschermd. Het denken in termen van schuldigen en onschuldigen verhult de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om de verspreiding van HIV en Aids te stoppen.
5) Aids-voorlichting is niet meer nodig.
De minister van Volksgezondheid wou vorig jaar de subsidie aan de Schorerstichting stopzetten omdat de homo/lesbische emancipatie voltooid zou zijn. De Tweede Kamer draaide die beslissing terug omdat homo/lesbische gezondheidszorg nog steeds nodig is. Doelmatige voorlichting moet door en voor de doelgroep gedaan worden en dat is nog steeds noodzakelijk om de verdere verspreiding van HIV en Aids te stoppen.
6) Aids komt niet onder jongeren voor.
HIV trekt zich niets aan van leeftijden. Veel jongeren denken geen mensen met HIV te kennen. Grotere openheid kan helpen om vooroordelen weg te nemen. Hier ligt een belangrijke taak voor het onderwijs.
Deze column werd geschreven in aanloop naar Wereld Aids Dag 2004.
1) Aids komt vooral bij homo’s voor.
Het virus wordt overgedragen door bloed-bloed en sperma-bloed contacten en trekt zich niets aan van iemands seksuele voorkeur. Wereldwijd komt Aids hoofdzakelijk voor onder hetero’s. In Nederland vielen in het begin vooral slachtoffers onder mannen die seks hebben met mannen maar het aantal besmette hetero’s is ook hier aan het stijgen.
2) Aids kan genezen worden.
Er zijn sinds een aantal jaren medicijnen die de ontwikkeling van de ziekte in veel gevallen kunnen afremmen maar genezen doen die medicijnen niet. Er is nog altijd een risico dat de bestaande medicijnen niet aanslaan, uitgewerkt raken of slecht uitpakken voor de gezondheid. Omdat deze medicijnen heel duur zijn, gaan de meeste mensen met Aids in de wereld nog altijd aan deze ziekte dood.
3) Aids-patiënten kun je herkennen.
De meeste mensen met HIV, het virus dat Aids veroorzaakt, zijn niet te herkennen. Veel mensen met HIV weten niet dat zij het virus dragen en verder kunnen verspreiden. Het is daarom noodzakelijk om altijd veilig te vrijen en nooit af te gaan op uiterlijke schijn.
4) Aids-verspreiders zijn criminelen.
HIV kan niet verspreid worden als iedereen zichzelf beschermd. Het denken in termen van schuldigen en onschuldigen verhult de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om de verspreiding van HIV en Aids te stoppen.
5) Aids-voorlichting is niet meer nodig.
De minister van Volksgezondheid wou vorig jaar de subsidie aan de Schorerstichting stopzetten omdat de homo/lesbische emancipatie voltooid zou zijn. De Tweede Kamer draaide die beslissing terug omdat homo/lesbische gezondheidszorg nog steeds nodig is. Doelmatige voorlichting moet door en voor de doelgroep gedaan worden en dat is nog steeds noodzakelijk om de verdere verspreiding van HIV en Aids te stoppen.
6) Aids komt niet onder jongeren voor.
HIV trekt zich niets aan van leeftijden. Veel jongeren denken geen mensen met HIV te kennen. Grotere openheid kan helpen om vooroordelen weg te nemen. Hier ligt een belangrijke taak voor het onderwijs.
Deze column werd geschreven in aanloop naar Wereld Aids Dag 2004.