‘Aids is iets van de maatschappij;<br>het wordt tijd dat we dat aanvaarden’

Interview in het kader van de naderende Wereld Aids Dag (1 dec.)

Gepubliceerd op: 29 november 2004

‘Aids is iets van de maatschappij;<br>het wordt tijd dat we dat aanvaarden’
Geert is letterlijk en figuurlijk positief. Hij weet sinds 1996 dat hij seropositief is. Het feit dat hij positief in het leven staat, helpt hem moeilijke periodes door te komen. “Ik geloof niet dat dit me zomaar overkomen is. Mijn omgeving en ik leren hier van”.

De kaarsjes branden en de katten Madame Pompadour en Lodewijk komen even kijken wie er op bezoek is, om vervolgens te gaan slapen. Geert heeft een gezellige woning. Wanneer je hem ziet, zie je niet dat hij ziek is. Toch is hij één van de vele mensen in dit land die seropositief zijn.

Voor de zekerheid een testje
Geert is artiest. Hij zingt, danst en acteert. Toen acht jaar terug zijn amandelen vaak ontstoken waren adviseerde zijn zangdocent hem om zijn amandelen te laten verwijderen. “Mijn bloed werd afgenomen. Dat is gebruikelijk voor zo’n operatie. Ik liet meteen een HIV-test doen, omdat ik toen ongeveer een half jaar met mijn toenmalige vriend samen was. Ik wilde toch zeker weten dat ik niet seropositief was, voordat ik onveilige dingen met hem zou gaan doen.”

Een week later belde de arts om te vragen of Geert zijn bloed nogmaals kon laten afnemen. “Ik voelde toen al dat er iets mis was”.

Het nieuws binnen tien seconden verwerkt
Toen Geert naar de dokter ging was hij enigszins voorbereid op slecht nieuws. “Toen ik het te horen kreeg, verwerkte ik dat nieuws eigenlijk binnen tien seconden. Ik dacht meteen: ‘Okay ik ben dus seropositief, wat nu?’ Ik denk dat de klap harder aankwam bij mijn toenmalige vriend.”

De artsen vertelden Geert dat hij nog ongeveer tien jaar te leven zou hebben. “Gelukkig zijn de ontwikkelingen nu veel verder.” Geert ziet de toekomst dan ook zonnig in. In het verleden zijn er echter ook zware regenbuien op hem gevallen. “Ik ben wel heel erg ziek geweest. Dat was echt niet leuk.”

“We zetten onze schouders eronder”
Verbitterd is hij niet. Geert werd vroeger al ‘Geert de Vrolijke’ genoemd. Toch zeiden zijn vrienden na zijn slechte periode dat ze blij waren dat hij weer de oude was. De periode waarin hij zo ziek was, was dan ook geen makkelijke tijd. “Ik begon in die periode de moed te verliezen. Je voelt je net weer goed en dan opeens gaat het weer slecht. Ik voelde me wel machteloos, maar de levensdrang die ik heb, die helpt me… Ik besefte dat ik me moet fixeren op wat ik wél kan, in plaats van op mijn beperkingen. Ik kon toen weinig. Ik kon niet werken, sporten of afspraken maken. Mijn moeder heeft toen voor mij gezorgd”.

Zijn ouders steunen Geert in alles. “Natuurlijk schrokken ze toen ik ze vertelde dat ik seropositief ben. Er werd gehuild. Maar, mijn vader zei: ‘we zetten onze schouders eronder’.

Keerpunt
De laatste tijd gaat het heel goed met Geert. Hij wil ook weer gaan zingen en dansen. Eerder werkte hij onder meer in de musicalproducties Oliver en Anatevka. “Voordat ik seropositief was zag ik mezelf al op Broadway staan. Maar door HIV was er keerpunt. Mijn ziekte veranderde mijn instelling. Vroeger genoot ik van de aandacht, nu van het dóen. Ook zing ik nu meer in achtergrondkoortjes. Ik ben niet bewust dingen gaan doen omdat ik bang was ze nooit meer te kunnen doen.”

Even zwijgt hij en vervolgt dan. “Nou, als ik het zo bekijk… Ik ben ooit onder leiding van de wereldwijde interculturele organisatie Up With people samen met 150 andere jongeren op een soort wereldreis geweest. Om de vijf jaar is daar een reünie van. Er zijn er al twee geweest. Bij de tienjarige reünie was ik ziek en bij de vijfjarige reünie was ik aan het werk. Ik heb nu wel zoiets van ‘Ik wil wel echt naar die vijftien jaar reünie’. Ik weet niet of het er echt iets mee te maken heeft. Maar ik denk wel: misschien ben ik er dan niet meer. Ik kan natuurlijk ook onder een auto lopen.”

Bang om dood te zijn is Geert niet. Bang om dood te gáán wel. “Ik ben bang voor de pijn”. Met zijn begrafenis is hij niet echt bezig. “Eigenlijk zou ik dat moeten doen. Dat alles netjes in een mapje zit. Soms hoor ik wel eens een liedje en dan bedenk ik me dat het mijn leven goed verwoord. Maar de laatste jaren ben ik er niet echt meer bezig. De enige zekerheid die je hebt in je leven is dat je zal sterven. Ik ben er op zeer jonge leeftijd bewust van gemaakt.”

Toename besmettingen
Donderdag bracht de Schorerstichting naar buiten dat één op de vijf homomannen die uitgaat in Amsterdam besmet is met AIDS. Geert: “Dat is wel frappant. Ik denk dat mensen denken van ‘Er zijn nu medicijnen dus het kan toch wel verholpen worden’. Zij vergeten dat die medicijnen ook nog bijwerkingen kunnen hebben die echt niet leuk zijn.” Zelf heeft hij weinig last van bijwerkingen. Ongeveer twee uur nadat hij medicatie ingenomen heeft raakt hij wat versuft. Hij neemt ze dan ook altijd voor het slapen gaan. Ook moet zijn lever tien keer zo hard werken om de gifstoffen af te scheiden.

Het valt Geert op dat zijn klassieke artsen zich alleen richten op standaard medicijnen.Geert bezoekt naast zijn klassieke artsen ook een homeopaat. “Hij schrijft de supplementen naar aanleiding van mijn bloedresultaten voor”.

Geert heeft een verklaring van de toename van het aantal besmette mensen. “Mensen willen ook niet op het moment suprème ineens zo’n ding om doen. Ik merk dat juist de jonge generatie gewend is om een condoom te gebruiken. Maar daar staat vaak tegenover dat wanneer mensen met hun driften bezig zijn, alles om zich heen vergeten. Het is niet echt zwart/wit. Dan is er ook nog de maatschappij. Er moet op gehamerd blijven dat het een gevaarlijke ziekte is.”

Medicatie
Geert heeft zijn twijfels over een redmiddel. “Ik heb het idee dat door de komst van de HIV-remmers, het onderzoek naar volledige genezing een beetje op de achtergrond geraakt is.De pillen die ik nu slik zijn erg duur”. Geert is dan ook erg blij dat hij in de westerse maatschappij leeft. Hier heeft hij de mogelijkheid medicijnen te slikken aangezien die vergoed worden.

Geert houdt de laatste ontwikkelingen op het gebied van AIDS niet heel sterk in de gaten. “Ik sprak een tijdje geleden iemand en die nam voedingsupplementen. Toen dacht ik wel: ‘Die moet ik ook nemen, want hij ziet er goed uit’. Maar ja, uiteindelijk is misschien hij er alleen bij gebaat en ik helemaal niet. Ik vertrouw eigenlijk volledig op mijn arts. Ik laat één keer in de drie maanden mijn bloed prikken.”

Kinderwens
Tot de dag van vandaag heeft Geert nog geen kinderwens. Hij klopt die uitspraak even af op de tafel. “Ik ben homoseksueel, dus dat is sowieso een beetje moeilijk. Maar ik heb net gehoord dat je sperma ‘gefilterd’ kan worden. ” Lachend vervolgt hij: “Ik heb meteen twee lesbische vriendinnen laten weten dat áls ze ooit een kind willen, ik een mogelijke kandidaat zou kunnen zijn”.

Alles kan maar niet altijd
Geert sport, gaat uit, danst, doet boodschappen, solliciteert, zet koffie en luistert naar muziek. Net als ieder ander. Hij is een standaard mens, maar de maatschappij praat niet over zijn situatie.

“Je hoort het wel: één op de vijf stappers in Amsterdam heeft het. Het wordt allemaal onder stoelen of banken gestoken. Het komt misschien doordat het met seks te maken heeft. ‘Hij had maar beter moeten weten’. ‘Hij had een condoom moeten gebruiken’. Maar het is niet zo simpel. Het kan scheuren, je kan de persoon vertrouwen, de persoon kan het zelf niet weten… Mensen moeten gewoon aanvaarden dat het iets is van deze tijd en dat iets is dat normale mensen hebben. In elke bevolkinglaag: de rijke laag, de arme laag, in de blanke, zwarte, Chinese… het is er overal. Het moet geaccepteerd worden, dat is nog veel te weinig het geval en dat vind ik erg jammer.

Een tweede coming-out
Je moet als seropositieve homoseksueel een tweede coming-out maken. Homoseksualiteit wordt steeds meer geaccepteerd, terwijl op Aids nog een groot taboe rust. Ik vind het daarom belangrijk om mijn verhaal te doen. Ik geloof dat het een stukje helpt om het taboe te doorbreken”.

“Als je het zou bekijken vanuit het katholieke geloof, dan is er een verhaal over een vrouw die gestenigd moest worden. Iedereen stond met een steen in de hand. Toen kwam Jezus naar voren en zei: ‘Die zonder zonden is, werpt de eerste steen.’ En zo is het maar net."