Het revolutionaire potentieel van op de bank zitten ('vertrutten')

Anna Tijsseling | FemFusion | Column

Gepubliceerd op: 17 november 2004

Het revolutionaire potentieel van op de bank zitten ('vertrutten')
Terwijl homoseksuele mannen hele straten, zoals de Regulierdwarsstraat te Amsterdam, koloniseren en de wereld aan de voeten van de hetero’s ligt, kennen lesbische ontmoetingsmomenten grenzen zowel qua plaats als tijd.

Voor lesbiennes weinig manifeste geografische locaties en weinig mogelijkheden voor ‘op de bonnefooi’. Lesbo’s zijn afhankelijk van toeval, maar bovenal van ‘evenementen’. Plannen, uitgaansagenda’s checken, vervoer regelen en afspreken: dat is het lesbische uitgaanspatroon. Waar komt dat schrille contrast met homoseksuele mannen en hetero’s vandaan?

Zijn lesbiennes zelf de barrière naar een rijke horecacultuur? Of worden ze een handje geholpen?

De verklaring ligt ongetwijfeld in het midden. Desalniettemin worden lesbo’s al sinds de oprichting van het COC (1946) gesignaleerd als een probleemgroep. Hoe de lesbische vrouw te bereiken en nog lastiger: hoe ze te betrekken? Gevolg: een cultuur van ‘left-overs’. Een enkele zaterdagavond in de maand, een verloren zondagmiddag of maandagavond wordt ingeruimd voor lesbo’s. Zelfs in de wilde jaren zeventig werd er in vrouwenhuizen ellenlang vergaderd over de vraag of lesbo’s nu wel of niet bij het raam konden gaan staan kussen. Het zou de ‘andere’ vrouwen zo afschrikken.
 
Waarom zijn er naar aanleiding van die marginalisering in de homoseksuele wereld en de wereld van de vrouwen geen lesbische sociëteiten en of lesbohuizen ontstaan? Ik kan alleen speculeren, want ik heb er geen onderzoek naar verricht. Desondanks durf ik aan te nemen dat geld een grote rol heeft gespeeld. Misschien verlangden lesbo’s wel naar een ‘space of their own’, maar subsidiegelden vloeiden naar de wal en het schip, waar lesbiennes tussen vielen. Daarnaast blijkt dat het overeind houden van een lesbobar niet gemakkelijk is.

Ligt dat aan het feit dat vrouwen gemiddeld minder verdienen en lesbiennes vrouwen zijn? Of houden vrouwen de hand meer op de knip?
 
Lesbische vrouwen die andere lesbische vrouwen willen ontmoeten mogen God (of iemand anders) op hun blote knietjes danken dat het ene evenement het andere volgt in lesboland. Die evenementencultuur bestaat bij de gratie van vrouwen met idealen, vrijwilligerswerk en de strijd voor belangen van verlangen (naar lust, liefde en of een partner).

De groep vrouwen die zich inzet voor deze cultuur wisselt voortdurend van samenstelling, de vrijwilligers ook en de strijders voor belangen volgen het ritme van de bevrediging van hun verlangen. Afgezet tegen de Regulierdwarsstraten, steekt het lesbische leven dus schril af.
 
De marginalisering en onzichtbaarheid van lesbiennes, kortom ‘de vertrutting van lesboland’ werd in september 2003 door Marjan Sax op de agenda gezet tijdens een Mosse lezing in Amsterdam. Sax typeerde de vertrutting als een generatieprobleem.

Vroeger streden lesbiennes voor hun rechten, tegenwoordig gaan lesbo’s uit dansen, dromen van trouwen en een gezin. Aan die ontwikkeling besteedde de NPS zendtijd; de Zij aan Zij publiceerde artikelen en er werden Zondag Salons georganiseerd om lesbo’s ter verantwoording te roepen over hun bijdrage aan de emancipatie van lesbiennes.
 
Ook op het Lesbian Festival (12, 13 en 14 november) stond de vertrutting op de agenda met het politieke slotdebat. Mariëtte Hermans (o.a. co-auteur van het boek 'Lesbische seks; een praktisch handboek') besprak ter inleiding de huidige stand van zaken rond de positie van de lesbische vrouw in de maatschappij. Daarna gingen o.a. Tamara van de Wijdeven van lesbisch platform FemFusion en Marjan Sax in op de vraag of de onzichtbaarheid van de lesbische vrouw een probleem is.
 
Als je het mij vraagt, gaat het daarbij om wat er geproblematiseerd wordt. Sax analyseerde het probleem van de onzichtbaarheid als een probleem van aanpassing. Met de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht als ‘de ernstigste vertrutting’. Het zou een superaanpassing aan het heteromodel zijn. Maar dwingt het juridisch weliswaar gelijkgestelde homohuwelijk dan ook meteen hetzelfde maatschappelijk respect af?

Laten lesbo’s de emancipatie verslonzen door te dansen en te dromen van een gezin? Welk revolutionaire potentieel zit er in het 'hangen op de bank'?
 
Wat mij betreft help je de discussie over gelijkberechtiging en ‘gelijkbezichtiging’ (vertaald naar confrontaties met de heteroseksuele wereld, televisieminuten en mediamomenten) niet door een generatieprobleem te introduceren. Werd er in de jaren zeventig door sommigen veel op barricaden gestaan, tegenwoordig kun je daar bijna niemand vinden. Dus ook de lesbiennes niet. De barricade-fase heeft haar vruchten afgeworpen. Het is nu de vraag hoe we emancipatieprocessen kunnen verdiepen en bewerkstelligen.

Juist daarom zou Sax lesbische gezinnen als een aanwinst moeten zien.

Het zijn lesbische moeders en echtgenotes die continu door hun moederschap of huwelijk ‘sensibiliseringsmomenten’ creëren. Van ceremonies met ambtenaren van de burgerlijke stand, via gesprekken met de schooldirecteur over anti-pestbeleid, tot aan een vriendelijk gesprekje met de (ouders van de) vrienden van hun kind.

Lesbische moeders en echtgenotes komen dáár waar geen enkele lesbo eerder voet zette. Lesbische gezinnen vertrutten niet, maar pionieren op het vlak van de gelijkberechtiging en dragen bij aan de gelijkbezichtiging.

Zie daar de emancipatoire spin-off effecten van het bankzitten!


Anna Tijsseling is betrokken bij het lesbisch platform FemFusion. Maandelijks krijgt het platform, bij monde van Anna, bij RozeRijk.nl een plek om haar verhaal te doen.