Homobeleid 2001 - 2003

Rob Tielman | Column

Gepubliceerd op: 09 september 2004

Staatssecretaris Ross-van Dorp heeft de voortgangsrapportage Homobeleid 2001-2003 aangeboden aan de Tweede Kamer. Er is volgens haar veel bereikt, maar er zijn nog een paar knelpunten. Toch missen we een belangrijk probleem in de nota.

Terecht wijst de staatssecretaris op de problemen in het onderwijs. Het is heel goed dat zij extra geld beschikbaar wil stellen voor de voorlichting gericht op jongeren afkomstig uit homovijandige culturen. 

Een belangrijk probleem wordt echter niet voldoende aan de orde gesteld: het falen van het onderwijs om alle scholen werkelijk veilig te maken voor homo/lesbische leerlingen én docenten.

Voorlichtingsprojecten komen nauwelijks van de grond omdat veel scholen ten onrechte denken dat de homo/lesbische emancipatie voltooid zou zijn.

In zijn boek 'Mijn meester is een homo' laat Peter van Maaren heel goed zien dat er zeker problemen zijn met jongeren uit homovijandige culturen, maar dat het grootste probleem is dat veel schoolleiders en docenten geen aandacht aan homoseksualiteit willen besteden en homo/lesbische leerlingen en docenten in de steek laten als het er op aan komt.

Deze ervaring in het onderwijs vinden we terug in de samenleving als geheel. Het eindeloze gezeur over blote billenboten in Amsterdam verhult het maatschappelijke onvermogen om homo’s en lesbo’s als werkelijk gelijkwaardig te aanvaarden.

Gelijkwaardigheid is geen gelijkvormigheid

Het recht op seksuele zelfbeschikking betekent niet dat vrouwen gelijk aan mannen moeten worden gemaakt of homo’s gelijk aan hetero’s. Die denkfout maken veel heteroseksuele mannen nog altijd.

Dit wordt heel duidelijk als men columnisten als Blokker, Van Dam, Mulder en Cliteur op de voet volgt. Homo’s en lesbo’s mogen nu trouwen en daarom moeten ze voortaan onzichtbaar worden.

Er is geen enkel besef wat het inhoudt om tot een nog altijd maatschappelijk achtergestelde seksuele minderheid te behoren.

Een treurig voorbeeld: columnist Heldring schrijft in de NRC van 2 september 2004 over “(...) aids-patiënten, homo’s, naaktlopers en andere marginalen” zonder enig besef van de minachting die daaruit spreekt. Dat kunnen onbetekenende en ondergeschikte lieden als de vice-president van de Raad van State, de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, de politiek leider van D66, de staatssecretaris van Financiën, de burgemeesters van Leeuwarden, Sneek en Naarden (om van vele andere gezagsdragers maar te zwijgen) in hun zak steken!

Zolang een dergelijke minachting nog gangbaar en vrijwel onweersproken is, blijft een actiever homo/lesbisch emancipatiebeleid noodzakelijker dan nu door de regering wordt voorgesteld.

Lees ook de reactie in de NRC van Adjiedj Bakas, Vinco David, Frits Huffnagel en Rob Tielman naar aanleiding van commentaren van Heldring en Kat op de Gay Games 1998 (link rechtsboven).

Meer columns zijn te vinden in het archief van de Columns-rubriek.