Gay Olympics
Rob Tielman | Column
Gepubliceerd op: 25 augustus 2004
Toen de Gay Games begin jaren tachtig in San Francisco begonnen, werd het gebruik van het begrip Gay Olympics door de Amerikaanse Olympische Spelen verboden. Hoe staat het vandaag de dag met het homo/lesbisch gehalte van de Olympische Spelen?
Van de 10.500 spelers in Athene zijn er maar elf open over hun homo/lesbische voorkeur. Daarvan zes mannen (waarvan vier ruiters) en vijf vrouwen (waarvan drie tennissers en twee wielrenners). De zwemmer Johan Kenkhuis is de eerste en enige Nederlandse homoseksuele man die tijdens de Olympische Spelen uitkwam voor zijn seksuele identiteit. Daarmee gaf hij gehoor aan de oproep van NOC*NSF voorzitter Erica Terpstra aan homo/lesbische sporters om uit de kast te komen.
Waarom is dat belangrijk?
Veel heteroseksuelen vinden het maar aanstellerige flauwekul om daar aandacht aan te besteden. Zij vergeten dat iedereen geacht wordt hetero te zijn tenzij iemand aan de bekende vooroordelen over homo’s en lesbo’s beantwoordt.
De enige manier om die vooroordelen te doorbreken is om zoveel mogelijk open te zijn over jouw homoseksualiteit. En zolang maar één op de duizend olympische sporters dat anno 2004 durft terwijl dat één op de twintig zou moeten zijn, is er kennelijk nog alle reden om er wel aandacht aan te besteden. Juist omdat het onbelangrijk zou moeten worden maar kennelijk nog niet is.
Daarom hulde aan Johan Kenkhuis!
Niet omdat hij homo is, dat is geen verdienste, maar omdat hij door er open over te zijn een positief rolmodel is geworden voor vele jonge homo’s. Helaas is er in het verleden weinig aandacht besteed aan het eerdere ‘uitkomen’ van Nederlandse lesbische olympische sporters als Irene de Kok, Ingrid Heringa en Irma Heeren.
Gelukkig is er groeiende aandacht voor homo/lesbische sporters. Hopelijk kunnen de Euro Games in Utrecht in juni 2005 daaraan ook een bijdrage leveren. Maar hoeveel sportjournalisten hebben daar al aandacht aan besteed?
Kortom: er valt nog veel te doen!
Meer columns zijn te vinden onder het kopje 'Column', hier rechts op de site. Daar vind je onderaan de pagina het archief.
Van de 10.500 spelers in Athene zijn er maar elf open over hun homo/lesbische voorkeur. Daarvan zes mannen (waarvan vier ruiters) en vijf vrouwen (waarvan drie tennissers en twee wielrenners). De zwemmer Johan Kenkhuis is de eerste en enige Nederlandse homoseksuele man die tijdens de Olympische Spelen uitkwam voor zijn seksuele identiteit. Daarmee gaf hij gehoor aan de oproep van NOC*NSF voorzitter Erica Terpstra aan homo/lesbische sporters om uit de kast te komen.
Waarom is dat belangrijk?
Veel heteroseksuelen vinden het maar aanstellerige flauwekul om daar aandacht aan te besteden. Zij vergeten dat iedereen geacht wordt hetero te zijn tenzij iemand aan de bekende vooroordelen over homo’s en lesbo’s beantwoordt.
De enige manier om die vooroordelen te doorbreken is om zoveel mogelijk open te zijn over jouw homoseksualiteit. En zolang maar één op de duizend olympische sporters dat anno 2004 durft terwijl dat één op de twintig zou moeten zijn, is er kennelijk nog alle reden om er wel aandacht aan te besteden. Juist omdat het onbelangrijk zou moeten worden maar kennelijk nog niet is.
Daarom hulde aan Johan Kenkhuis!
Niet omdat hij homo is, dat is geen verdienste, maar omdat hij door er open over te zijn een positief rolmodel is geworden voor vele jonge homo’s. Helaas is er in het verleden weinig aandacht besteed aan het eerdere ‘uitkomen’ van Nederlandse lesbische olympische sporters als Irene de Kok, Ingrid Heringa en Irma Heeren.
Gelukkig is er groeiende aandacht voor homo/lesbische sporters. Hopelijk kunnen de Euro Games in Utrecht in juni 2005 daaraan ook een bijdrage leveren. Maar hoeveel sportjournalisten hebben daar al aandacht aan besteed?
Kortom: er valt nog veel te doen!
Meer columns zijn te vinden onder het kopje 'Column', hier rechts op de site. Daar vind je onderaan de pagina het archief.