Homogrondrechten

Rob Tielman

Gepubliceerd op: 24 mei 2004

Homogrondrechten


De regering stelt voor om alle grondrechten gelijk te laten wegen. Wat voor gevolgen heeft dat voor homo’s en lesbo’s?

Een belangrijke verworvenheid van de huidige grondwet uit de jaren tachtig is dat de vrijheid van godsdienst werd verbreed tot een vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing. Helaas is dat in belangrijke mate een dode letter gebleven omdat iedereen het heeft over de vrijheid van godsdienst en de rechten van niet-godsdienstigen weinig aandacht hebben gekregen. Belangrijk is ook dat die vrijheid niet absoluut is maar geldt “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.” Ook dit wordt vaak vergeten en velen menen dat de vrijheid van godsdienst een vrijbrief is om andersdenkenden en met name homo’s en lesbo’s te discrimineren.

'Iedereen is anders'
Dat brengt ons op een andere verworvenheid van die nieuwe grondwet: het non-discriminatiebeginsel in artikel 1. Maar ook dat wordt vaak met voeten getreden. Het schrijnendste voorbeeld daarvan is de toegenomen discriminatie van homo/lesbische leerlingen en docenten in het onderwijs. Daar wordt tot nu toe vrijwel niets aan gedaan ondanks duidelijke uitspraken van regering en volksvertegenwoordiging, en ondanks de brochure “Iedereen is anders” die de Onderwijsinspectie heeft uitgebracht.

Betekent dit dat de vrijheid van onderwijs moet worden afgeschaft? Ook hier geldt weer dat die vrijheid niet absoluut is maar ingeperkt wordt door wet en regelgeving. Het probleem zit hem dus niet zozeer in de onvolkomenheden van de grondwet maar in het feit dat onvoldoende op de naleving ervan wordt toegezien.

homo/lesbische minderheid tweederangs
Wel zou kunnen worden overwogen om discriminatie op grond van seksuele voorkeur toe te voegen aan artikel 1. Dat gebeurde begin jaren tachtig nog niet omdat men vreesde daarvoor toen geen tweederde meerderheid te kunnen krijgen. Dat is nu gelukkig wel het geval en de beoogde toevoeging maakt duidelijk dat de homo/lesbische minderheid niet uit tweederangs burgers bestaat.

De onderliggende filosofie van onze huidige grondwet is: ieder mens en iedere minderheid heeft het recht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zolang de zelfbeschikking van anderen wordt gerespecteerd. Als dat beginsel wordt nageleefd dan hebben wij geen nieuwe wetgeving of hiërarchie van grondwetsartikelen nodig. Het probleem zit niet in de wetgeving maar in de nalatigheid om de wetgeving na te leven. Dat heeft niets met verdraagzaamheid te maken maar alles met onverschilligheid die de onverdraagzaamheid zijn gang laat gaan.

Dit vraagt niet om zero tolerance maar om dialoog en het handhaven van gedragsregels die de verdraagzaamheid bevorderen in plaats van verminderen.