Dodenherdenking 2004:<br><i>Willem Arondéus</i>

Gepubliceerd op: 04 mei 2004

Dodenherdenking 2004:<br><i>Willem Arondéus</i>
Wat of wie herdenken we op 4 mei? Het is een vraag die ik me elk jaar stel wanneer ik naar de herdenking op het Homomonu­ment ga.

Dit jaar kies ik voor Willem Johan Cornelis Arondéus (1894-1943). Deze schilder en schrijver was betrokken bij de overval op het Amsterdamse bevolkingsregister van 27 maart 1943. De Duit­sers arresteerden vrijwel direct de meeste leden van de ver­zets­groep van wie twaalf in een show­proces de dood­straf kre­gen en op 1 juli van hetzelfde jaar in Overveen werden geëxe­cu­teerd.

Niet alle nichten slappelingen
Behalve Arondéus stierven twee andere homoseksu­elen, schrijver Johan Brouwer en kleermaker Sjoerd Bakker, voor het vuurpelo­ton. De dag voor zijn dood vroeg Arondéus zijn advo­caat Lau Mazi­rel na de oorlog de wereld kond te doen van zijn homosek­sua­liteit en heldendom: niet alle nichten waren slappe­lingen die in het oog van het gevaar door de knieën gingen.

Het leven van Arondéus stond in het teken van armoede, artistieke onzekerheid en "lustzorg" zoals hij zijn homoseksu­ele zoektocht noemde. Als jongste zoon uit een kleinburgerlijk gereformeerd gezin vond hij weinig steun voor zijn kunstzin­nige en helemaal geen steun voor zijn homoseksuele voorkeuren. Op zijn zeventiende verliet hij het ouderlijk huis en begon hij een eigen leven te leiden.

Homoërotische gedichten
Zijn artistieke loopbaan was niet zo succesvol als hij had gewild, maar toch kon hij op enige blijvende resultaten bogen zoals wandversieringen in het stadhuis van Rotterdam en het Amsterdamse GGD-gebouw aan de Nieuwe Ach­ter­gracht en gobelins aan de wanden van de zaal van Provincia­le Staten in Haarlem.

Later ging hij over van schil­deren naar schrijven en verschenen vier boeken van zijn hand, twee romans en twee kunsthistorische studies. Nooit gepubli­ceerd werden zijn homoërotische gedichten en novelles en zijn dagboeken. Al jaren kondigt Rudi van Dantzig publika­tie van die dagboeken aan maar het is er nog niet van gekomen. De gedichten zijn dit jaar uitgekomen in een bibliofiele uitgave.

Vissers en matrozen
Hoewel Arondéus een tobber was en in zijn dagboeken en brieven graag mocht klagen over ongeluk en tegenspoed, heeft hij zeker wel gelukkige momenten meegemaakt.

Na de Eerste Wereld­oorlog bezocht hij Parijs waar hij zich prima vermaakte. Begin jaren twintig woonde hij op Urk, dat toen nog een eiland was. Daar had hij min of meer gelukkige rela­ties met vissers en matro­zen. In 1932 bezocht hij Hamburg waar hij net het einde van de "roaring twenties" beleefde. Het jaar daarna verhuis­de hij van Amster­dam naar Apeldoorn waar hij de levens­gezel van zijn laatste tien jaar ontmoette, Gerrit Jan Tijssen (1913-1979).

Afzijdige strofen
Via Woeste Hoeve, een buurtschap onder Apeldoorn, keerde Arondéus in de don­kerste jaren van de depressie terug naar Amster­dam. Daar beleefde hij in het verzet tegen de nazi's zijn glorie­tijd hetgeen zijn wrede dood aanzienlijk verzachtte. Met opgeheven hoofd, trots om hun verzetsdaad, stierven hij en de leden van zijn groep.

Begin maart 2003 presenteerde de zetter Robbert Jongepier het eerste exem­plaar van Arondéus' bibliofiel uitge­geven Afzijdige stro­fen aan een neef van de schilder en dichter. Die neef had zijn oom slechts twee keer tien minuten gezien omdat oomlief zo'n slechte naam in de familie had. Niet omdat hij een arme sloeber en linksige kunstenaar was, maar omdat hij een homo was. "Je kon je niet voor­stellen hoe nega­tief ze daar vroeger over dachten", ver­klaarde hij bij de zeer postume presentatie van zijn ooms homoëroti­sche gedich­ten.

Openlijke homo 
Het zou te ver voeren om te zeggen dat Arondéus voor de oorlog een openlijke homo was want dat presteerde geen enkele nicht, wel waren zijn homoseksuele voorkeuren in brede kring bekend.

De gedichten die dateren van 1922 zijn een literair-historisch curiosum. Arondéus is sterk door de pseudoniem verschenen homoërotische gedich­ten "Strofen uit de nalaten­schap van Andries de Hoghe" van P.C.Boutens (1919) beïnvloed. Het wemelt in Arondéus' gedichten van droeve woorden en zwaar­moedige beeldspraak ontleend aan zijn grote voorbeeld: "wegge­dorde droom", "verdoolde waarde", "vergeefsche woor­den", "poor­ten van ontbeeren".

Naar hunner monden zachte daden
Het zijn geen gedichten om vrolijk van te worden. Boutens' droeve boodschap voor de homoseksueel "Daar is niet één die eenzaam gaat als ik" klinkt in elk gedicht van Arondéus door. Bij hem klinkt het alleen nog moeizamer. Een voorbeeld van "dwalen" (cruisen zouden we nu zeggen) dat weinig geluk brengt:

"Waar schemers-wegen keeren tot de nacht,
Daar doolt ons wachten op zijn paden,
Naar hunner monden zachte daden,
Waartoe hun lach ons dwalen bracht;

Doch keert dezelfde voetstap weer; alleen
Daalt het zijn ledig woonhuis tegen,
Om waar een stem, ver als een avondregen:
'Vergeefs, vergeefs, u wacht er geen.'"
(uit gedicht XVI)

Het meest expliciet seksueel lijkt mij de volgende passage:

"Geen, die zich aan uw wateren verzaadde,
Ontving de dronk, die mijn verdorsten vond;
Geen, die na lang genot uw lust versmaadde.
Bezat als ik de rijkdom van uw mond."
(uit gedicht III)

Mist en omhaal
Zijn strofen getuigen van een sterke belangstelling voor orale seks maar erg duidelijk spreekt de dichter zich niet uit. Het waren andere tijden met andere woorden maar zo omslachtig en ver­huld als Arondéus schreef, hoefde een homoseksuele dich­ter zelfs toen niet te dichten. We weten van Jacob Israël de Haan en Willem de Mérode dat zoveel mist en omhaal van woorden ook in die tijd niet nodig waren. Arondéus hield ervan om te zwelgen in duistere teksten, in tegenspoed, ongeluk en myste­rie.

In zekere zin paste zijn ver­zetsdood helemaal bij zijn leven.


Gert Hekma, "Willem Arondéus", in: Gay Amsterdam News 117 (mei 2001), pp. 18-19.

Gert Hekma is docent homostudies aan de Universiteit van Amsterdam. Van hem verschijnt in het voorjaar van 2004 bij uitgeverij Meulenhoff M/M. Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd.

Overige literatuur:

- Willem Arondéus, Afzijdige strofen. Twintig gedichten. Met een nawoord van Marco Entrop, Leiden: Drukkerijmuseum, 2000 (=2001).
- Rudi van Dantzig, 'Zonder blinddoek. De liefdeslusten en -lasten van Willem Arondéus', in: Gay 2000, Amsterdam: Vassal­lucci, 1999.
- Marco Entrop, Onbekwaam in het compromis. Willem Arondéus kunstenaar en verzetsstrijder, Amsterdam: Lubberhuizen, 1993. Een kort arti­kel van Entrop over Arondéus' dichtbundel verscheen in De Parelduiker 2001/1.