Letterkundig Museum eert Gerrit Komrij
Gepubliceerd op: 30 maart 2004
Gerrit Komrij werd op 30 maart 1944 in Winterswijk geboren. Al in 1968 debuteerde hij met de bundel ‘Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten’. Al gauw vestigde hij naam als begenadigd dichter en genadeloze, pennendriftige criticus. Op 26 januari 2000 riep het Nederlandse lezerspubliek hem uit tot ‘Dichter des Vaderlands’. Vier jaar later, in januari 2004, deed hij publiekelijk afstand van die functie. Zijn handgeschreven afscheidsrede is op de tentoonstelling te zien.
De gleuvenbrigade
Gerrit Komrij werd bij het grote publiek bekend toen hij in 1976 als televisiecriticus voor NRC Handelsblad optrad. Het leverde een jaar lang nijdige programmamakers op en een nieuw Nederlands woord dat inmiddels in de Van Dale is terug te vinden: treurbuis. Komrij woont sinds 1984 samen met zijn vriend Charles Hofman in Vila Pouca de Beira, een klein dorpje in Portugal. De homoseksuele schrijver deed nogal eens vrouwonvriendelijke uitspraken. Zo omschreef hij feministen ooit als ‘De onwelriekende gleuvenbrigade’ en wilde hij graag verlost worden van de meisjesliteratuur, die hij typeerde als ‘een substituut van de luiermand’. Literaire prijzenslag
Op 20 maart is zijn nieuwe roman Hercules verschenen. Het is het typische verhaal van een antiheld; een man die zich miraculeus en moedig door het leven slaat. Het is een avonturenverhaal dat doet denken aan een combinatie van The Lord of the Rings en Dantes tocht door de hel. Gerrit Komrij ontving in zijn loopbaan diverse literaire prijzen, waaronder de poëzieprijs van Amsterdam in 1970 voor ‘Alle vlees is als gras of het Knekelhuis op de dodenakker’. In 1975 kreeg hij de Cestoda-prijs voor het moeiteloos beoefenen van de Nederlandse taal in al haar genres. In 1979 ontving hij de Busken Huet-prijs voor Papieren Tijgers en in 1982 de Herman Gorter-prijs voor ‘De os op de klokkentoren’. In 1993 kreeg hij de P.C. Hooft-prijs Beschouwend Proza voor zijn gehele oeuvre.
Gerrit Komrij werd bij het grote publiek bekend toen hij in 1976 als televisiecriticus voor NRC Handelsblad optrad. Het leverde een jaar lang nijdige programmamakers op en een nieuw Nederlands woord dat inmiddels in de Van Dale is terug te vinden: treurbuis. Komrij woont sinds 1984 samen met zijn vriend Charles Hofman in Vila Pouca de Beira, een klein dorpje in Portugal. De homoseksuele schrijver deed nogal eens vrouwonvriendelijke uitspraken. Zo omschreef hij feministen ooit als ‘De onwelriekende gleuvenbrigade’ en wilde hij graag verlost worden van de meisjesliteratuur, die hij typeerde als ‘een substituut van de luiermand’. Literaire prijzenslag
Op 20 maart is zijn nieuwe roman Hercules verschenen. Het is het typische verhaal van een antiheld; een man die zich miraculeus en moedig door het leven slaat. Het is een avonturenverhaal dat doet denken aan een combinatie van The Lord of the Rings en Dantes tocht door de hel. Gerrit Komrij ontving in zijn loopbaan diverse literaire prijzen, waaronder de poëzieprijs van Amsterdam in 1970 voor ‘Alle vlees is als gras of het Knekelhuis op de dodenakker’. In 1975 kreeg hij de Cestoda-prijs voor het moeiteloos beoefenen van de Nederlandse taal in al haar genres. In 1979 ontving hij de Busken Huet-prijs voor Papieren Tijgers en in 1982 de Herman Gorter-prijs voor ‘De os op de klokkentoren’. In 1993 kreeg hij de P.C. Hooft-prijs Beschouwend Proza voor zijn gehele oeuvre.