Verkwanseling van homorechten in Europa

Judith Schuijf

Gepubliceerd op: 13 januari 2004

Verkwanseling van homorechten in Europa
Dr Judith Schuijf is projectleider van het Kenniscentrum Lesbisch en Homo-emancipatiebeleid. Zij schreef deze column op persoonlijke titel.
---------------------------------------------------------------

Nadat het kabinet Balkenende 'de stekker uit het homobeleid' in Nederland heeft getrokken, trekt het zich ook niks aan van de dreigende verkwanseling van de homorechten in Europa. In het grootste gedeelte van Europa zijn de homorechten immers veel slechter geregeld dan in Nederland en we hebben bij een voortdurende Europese eenwording dus veel te verliezen.


Op 10 juni zijn er weer verkiezingen voor het Europese parlement. In de tweede helft van 2004 is Nederland voor een half jaar voorzitter van de Europese Unie. Dat is waarschijnlijk voor het laatst, want in de nieuwe grondwet waar de landen van de Unie nu al meer dan een jaar over stechelen wordt het wisselende voorzitterschap afgeschaft.

Hebben wij lesbo’s en homo’s daar wat mee te maken? Ja, daar hebben we veel mee te maken.

Verdrag van Amsterdam

Meer dan de helft van onze vaderlandse wetgeving komt zo langzamerhand uit Europa. Belangrijker nog: het fundament onder onze anti-discriminatiewetgeving komt uit Europa.

In het verdrag van Amsterdam, dat vijf jaar geleden bij het vorige Nederlandse voorzitterschap werd gesloten, staat een artikel 13, waarin de unie “passende maatregelen nemen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden."

Richtlijnen
In Europa wordt het beestje, in tegenstelling tot in Nederland, tenminste bij de naam genoemd. Liever zagen wij natuurlijk dat er seksuele oriëntatie of voorkeur of iets dergelijks stond, in plaats van geaardheid.

Zo’n wetsartikel moet je als een programma zien; de Europese Unie vaardigt vervolgens richtlijnen uit, in dit geval nog vooral op het gebied van de arbeid, waar de nationale overheden hun wetgevingen aan moeten aanpassen.

Traag

De meeste landen zijn daar overigens nogal traag in. Op dit moment voldoen maar drie van de huidige vijftien lidstaten volledig aan de bepalingen in artikel 13 – België, Denemarken en Zweden. Ook het ‘geëmancipeerde’ Nederland is uitermate traag bij het uitwerken van de richtlijnen, bij voorbeeld die op het gebied van leeftijd en handicap. En in de jaren zeventig waren wij het laatste land in Europa waar het salaris van mannen en vrouwen gelijk getrokken werd – op papier dan.

Aanpaste wetten

In Nederland is de belangstelling voor Europa tot een minimum gedaald. We worden door de media en overheid ook slecht voorgelicht over wat er allemaal speelt. Europa is belangrijker dan we denken.

De tien nieuwe lidstaten hebben als voorwaarde voor de toetreding hun wetgeving aan de Europese richtlijnen moeten aanpassen. Dit betekent dat in de traditioneel homo-onvriendelijke landen van Oost-Europa wetten die homoseksualiteit strafbaar stelden of verschillende leeftijdsgrenzen hanteerden, zijn afgeschaft.

Geregistreerd partnerschap
In steeds meer Europese landen wordt de mogelijkheid tot geregistreerd partnerschap ingevoerd. Onlangs besloot de Unie dat transseksuelen het recht hebben om te trouwen. Daarmee stellen ze in feite het huwelijk open voor paren van gelijk geslacht (namelijk in die landen waar transseksuelen nog niet de mogelijkheid hebben om hun geslacht officieel in de burgerlijke stand te laten veranderen).

Nieuw artikel
Maar er zijn kapers op de kust. In het ontwerp voor de nieuwe grondwet van de Europese Unie ontbrak aanvankelijk elke verwijzing naar het “oude” artikel 13. Onder druk is er nu toch een nieuw artikel ingekomen, artikel III.8. Daarmee is echter nog lang niet voldaan aan de minimumeisen die de anti-discriminatieorganisaties, zoals het COC en de ILGA , hebben gesteld.

Blokkeren

De belangrijkste eis is dat besluiten over wijziging van dit artikel in het vervolg met een gekwalificeerde meerderheid moeten kunnen worden genomen. Dit voorkomt dat rooms-katholieke landen als Polen, Spanje en Malta positieve uitbreidingen aan de wet voor altijd kunnen blokkeren. Deze landen hebben al verschillende malen laten zien dat zij zich liever door het Vaticaan laten leiden dan door hun eigen gezonde verstand.

Geaardheid
En er zijn meer eisen: in het familierecht en in het strafrecht worden homo- en heteroseksualiteit nog niet gelijk behandeld. Er is nog steeds sprake van discriminatie op basis van gender identiteit. En van dat ongelukkige ‘geaardheid’ willen we ook wel eens af.

Christelijke basis

En wat doet de Nederlandse regering? Niets. In het mislukte overleg over de nieuwe grondwet van vorige maand hebben ze zich vastgebeten op de financiële paragrafen en op de wens met de grote broers in Europa mee te mogen doen. Voor Balkenende is de strijd om het invoeren van de 'christelijke basis van Europa', die samen met nota bene Polen wordt gevoerd, kennelijk belangrijker dan gelijke behandeling.

Nieuwe kansen

Gelukkig zijn de onderhandelingen mislukt. Dat voorkomt dus ook een eventueel debacle bij het voorgestelde referendum over de Grondwet – stel, dat Nederland en masse 'Nee' had gestemd en een maand later het voorzitterschap krijgt. Nu zijn er nieuwe kansen. Die moeten wij ook grijpen.
Bij de Europese verkiezingen in juni en bij het Nederlandse voorzitterschap in juli. De regering heeft aangekondigd dat ze dan een grote anti-discriminatie conferentie gaat organiseren. Daar moet dan maar veel ruimte worden ingeruimd voor homo’s en lesbo’s.

Judith Schuijf