Ik behoor tot de groep zieken

Dominique

Gepubliceerd op: 26 januari 2004

Ik behoor tot de groep zieken
Dominique is de auteur van Paringsdans. Een boek onder constructie dat zich het best laat omschrijven als fictieve non-fictie. Zo nu en dan maakt ze zich vrij om ons met vlotte aanslagen en soms verdorven geest aan te sporen tot het wegwerken van achterstallig onderhoud, het schoonvegen van barricades en het opknopen van misstanden.

De Belgische kardinaal Gustaaf Joos, pastoor van Landskouter en studievriend van Paus Johannes II, spuugt met vrome verve de wereld in dat een grote groep homo’s is geperverteerd en de groep die buiten deze kwalificatie valt beoordeelt hij als ernstig getraumatiseerd en ziek. Die categorie sleept zich volgens hem ook nog eens uiterst problematisch door het leven.
Ik kijk van opzij naar mijn beste vriendin Fiona en probeer haar binnen een van deze kaders te duwen. Het lukt niet. Er moet kennelijk nog iets tussen zitten waarvan wij niet op de hoogte zijn.
Heftig
Als ik het op mezelf betrek: ik behoor waarschijnlijk tot de groep zieken. Op een ochtend werd ik wakker, het zal zo’n tien jaar geleden geweest zijn, en ik zag in de spiegel iets aan mezelf dat anders was. Ik voelde me ook niet zo lekker. Mijn haar hing slap langs mijn gezicht, ik trilde over mijn hele lijf, mijn ogen fonkelden en mijn hart klopte achterin mijn keel. Ik had wel eens iets over dit gevoel gelezen en ik moest denken aan de vorige avond, waarop ik voor het eerst in mijn nog jonge leventje met een prachtig mooi meisje had gezoend en met wie ik uiteindelijk heftig vrijend op de keukenvloer belandde. Ik wist ineens zeker dat ik iets ernstigs onder de leden had.
Psychisch
Toen ik dat aan mijn moeder vertelde schrok ze zich regelrecht de WAO in. Ze zat psychisch finaal aan de grond. Mijn vader is zelfs dagen niet thuis geweest. Hij kon het nieuws amper verwerken. Voor mijn moeder was het genezen van haar dochter vanaf dat moment prioriteit nummer één. Er moest een dokter komen.
Paniek
Ik vertelde Fiona over mijn gezondheidstoestand en ze was er aanvankelijk even stil van. Toen, bijna fluisterend, zei ze: "Volgens mij heb ik het ook”. De paniek en de spanning van de dagen ervoor vloeiden in een klap uit mijn lijf. Fiona had het ook! Hoe tragisch ik het ook vond, want je gunt het je beste vriendin nu eenmaal niet, was ik zo enorm blij dat ik niet de enige bleek te zijn. We huilden bijna van geluk. Nu konden we er allebei tenminste ongegeneerd met elkaar over praten.
Huisarts
In die week hadden we een afspraak met onze huisarts. Mijn huisarts was een man van achterin de vijftig die een stethoscoop om z’n nek had waar men destijds ook de vliegtuigen mee naar binnen taxiede. Hij bekeek me van top tot teen en terwijl hij zijn kundig oog over mijn lichaam liet gaan hoorde ik hem alleen maar murmelen. Zo nu en dan hief hij een van mijn armen omhoog, of voelde hij mijn pols. Hij keek bedenkelijk. Vervolgens nam hij mijn bloeddruk op en zette daarna zijn schotelantenne op mijn borst. Op verzoek haalde ik een paar keer diep adem. Hij knikte en fronste diep. Ik kreeg een verwijsbriefje om bloed af te laten nemen.
Positief
Mijn moeder, die de hele tijd nagelbijtend op een krukje naast me had gezeten, kwam overeind en vroeg met trillende stem of ik nog wel geholpen kon worden. Ze had evengoed kunnen vragen of het nu beter was je polsen diagonaal of verticaal door te snijden. Doordat mijn moeder zo ongelofelijk positief en bemoedigend over mijn ‘toestand’ sprak zakte mij de moed in de schoenen en droop ik met gebogen hoofd af.
Ziekenhuis
Een paar weken later had ik een afspraak in het ziekenhuis. Een vriendelijke verpleegster met hemelse ogen en een goddelijke lach nam bloed bij me af. Ze had wat mij betreft nog wel twaalf buisjes aan mogen laten rukken. En daar was dat gevoel weer. Duizelig, hartkloppingen, zweetlip... Mijn moeder heeft overigens tijdens het gehele aderlatingsproces op een bankje in de gang gelegen, niet in staat om rechtop steun te betuigen. Ze vroeg op een gegeven moment zelfs of ik eigenlijk van bloemen hield.
Uitslag
Een goede maand verder zaten Fiona en ik bij haar thuis met een fles wijn tussen ons in en de brieven op schoot waar de uitslag van de bloedtest in stond. “Jij eerst”, had ze gezegd. Mijn vingers trilden toen ik de envelop openscheurde. Ik begon te lezen en naarmate ik verder onderaan het papier kwam werden mijn ogen groter en groter. “Volgens het onderzoek ben ik lesbisch”, zei ik droog, in opperste verbazing. Fiona leek hard bezig om mijn woorden in haar hoofd nog eens op alfabetische volgorde te leggen. Ze ritste met haar lange nagels de envelop open en dwaalde schichtig met haar ogen over het papier. “ Joh, ik ook!”. Met half open mond staarden we elkaar aan. Wat was ik opgelucht…
Ziek!
Wekenlang voel je dat je iets mankeert en dan gaat er van alles door je hoofd waarbij je aan het ergste denkt. Of nóg erger: je voelt aan je hele lijf dat er iets goed mis is en dan kunnen ze uiteindelijk helemaal niets vinden. Maar wij waren echt ziek! En uit het onderzoek kwam eveneens naar voren dat het weliswaar ongeneeslijk is, maar totaal niet schadelijk! Mijn moeder heeft letterlijk de vlag uitgehangen.
Besmettelijk
Ik lees het bericht over kardinaal Joos opnieuw. De man bedoelt het vast goed. Als dienaar van god zal hij de taak op zich hebben willen nemen om ons als ‘zondaars’ terecht te wijzen. Ons bewust te maken van het perverse gedrag waarmee wij de wereld zo enorm veel leed en schade berokkenen. En dat terwijl wij niet eens besmettelijk zijn. Hoe we ons best ook doen, wij passen met geen mogelijkheid door de minuscule mazen van welk soort rubber dan ook.

En Jezus, zich oprichtende en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld? En zij zeide: Niemand, heere! En Jezus zeide tot haar: Zo veroordeel ik u ook niet. Johannes 8;10

Amen